Caring vets staan principieel voor het dier

Misstanden in de intensieve veehouderij blijven bestaan omdat dierenartsen eraan meewerken, zegt Caring Vets. Deze dierenartsen roepen hun collega’s op hiermee te stoppen.

Caring Vets’, zo noemen ze zichzelf: dierenartsen die zich druk maken om dierenwelzijn, biodiversiteit en klimaat. In juni 2017 gooiden zij de knuppel in het hoenderhok met een opiniestuk in NRC. “De misstanden in de intensieve veehouderij worden in stand gehouden door zwijgende dierenartsen”, schreven ze. Dierenartsen horen volgens hen niet aan de zijlijn te staan in de maatschappelijke discussie over de intensieve veehouderij. Ze moeten opkomen voor de rechten van het dier.

Dit lijkt heel vanzelfsprekend; iedereen die het vak ingaat, doet dat vanuit de liefde voor dieren. Desondanks overkomt dieren van alles wat het daglicht niet kan verdragen. Dit wordt vaak gedoogd of zelfs gefaciliteerd door dierenartsen, en daar, vinden de Caring Vets, moeten ze mee stoppen.

Grens

Sommige collega’s die zich niet hebben aangesloten, vallen over de naam. Zijn zij dan de ‘uncaring’ vets? Maar dierenartsen van Caring Vets zijn er niet op uit om anderen aan te vallen of te beledigen. Ze begrijpen wat haalbaar is en wat niet. Ze verwachten niet dat een veehouder met 120.000 kippen ieder individueel dier met dezelfde zorg overlaadt als een gemiddeld huisdier krijgt.

Wel vinden ze dat de veehouderij zo ingericht moet worden, dat individuele dieren een aanvaardbaar bestaan kunnen leiden. En daar kunnen dierenartsen een rol in spelen. Zij zouden economische factoren niet moeten laten meewegen in hun beslissingen. Als experts kunnen ze zich in maatschappelijke discussies mengen, met wetenschappelijk onderbouwde standpunten. Dierenartsen, vinden Caring Vets, kunnen een beeld schetsen van hoe het volgens hen wel zou moeten.

De Caring Vets houden zich niet alleen bezig met de bio-industrie, maar maken zich ook druk over biodiversiteit, dieren die in de vrije natuur leven, bijensterfte, en doorgefokte en daardoor zieke huisdieren. Door puur vanuit het perspectief van het dier naar problemen te kijken, willen de Caring Vets beladen discussies verhelderen.

Onacceptabel

Uiteindelijk gaat het er de dierenartsen om de maatschappelijke discussie steeds weer terug te brengen tot de kernvraag: is dit in het belang van het dier? De Caring Vets vinden het fundamenteel onacceptabel om een dier als product te behandelen en roepen dierenartsen op om de intrinsieke waarde van het dier te waarborgen. Dat betekent: ervoor zorgen dat dieren geen dorst of honger hebben; geen onjuiste voeding krijgen; geen last hebben van pijn, verwonding, ziektes, angst en chronische stress. En dat ze niet beperkt worden in hun natuurlijke gedrag.

Caring Vets kiest principieel voor het dier. Een verademing, maar in de praktijk niet altijd even makkelijk voor elke dierenarts. Toch hebben al ruim 130 dierenartsen zich inmiddels aangesloten. Vier ervan laten we hier aan het woord.


Caring vets arabella burgersArabella Burgers, 36
Dierenarts gezelschapsdieren, oprichter Caring Vets

Arabella Burgers werd dierenarts om iets te kunnen betekenen voor de dieren in de intensieve veehouderij. Tijdens haar studie bleek dat ze te vaak haar eigen grenzen moest overschrijden, dus besloot ze met gezelschapsdieren te gaan werken.

“Ik wilde niets meer met de bio-industrie te maken hebben. Ik ben vegetarisch en daarna veganistisch gaan leven. Toch bleef ik me verantwoordelijk voelen. Daarom heb ik Caring Vets opgezet. We vinden het onze taak om te spreken voor het dier. Als wij dierenartsen dat niet doen, wie dan wel?”

Burgers vindt dat de beroepsgroep zich te veel heeft laten meezuigen in de race naar de bodem. “Op de faculteit diergeneeskunde worden geen kritische vragen gesteld over de huidige manier van omgaan met ‘productiedieren’. ‘De veehouderij is nu eenmaal zo, we zijn een exportland.’ Kom nou! Je moet studenten uitdagen om verbeteringen te zoeken. Om naar het dier te kijken in plaats van naar de economische belangen van de sector. Ik was erg teleurgesteld in mijn collega’s die het empatisch kijken naar het dier wegwuifden als te emotioneel.”

Miljoenen dieren lijden

Toch gelooft ze dat de maatschappij ook deze dieren niet wil laten lijden. “Daarom is maatschappelijk bewustzijn creëren uiterst belangrijk. Mensen moeten zien dat miljoenen dieren absoluut geen natuurlijk leven leiden en dagelijks lijden.” In de gezelschapsdierenkliniek behandelt ze ook soms dieren die zo zijn doorgefokt dat ze er ernstige hinder van ondervinden. “Als individuele dierenarts kan ik dan alleen ondersteuning bieden en adviseren, maar via Caring Vets kan ik zoiets bij de bron aanpakken.”

“De beroepsgroep heeft zich te veel laten meezuigen in de race naar de bodem”

Burgers vindt dat dierenartsen ook de taak hebben om aan de volksgezondheid en voedselveiligheid te denken. “Aanvankelijk ging het me vooral om de dieren. Nu ik moeder ben en meer heb gelezen over de gevolgen van de intensieve veehouderij op gezondheid, milieu en klimaat, zijn deze onderwerpen ook een grote drijfveer geworden.”

Over het verlies van biodiversiteit of de CO2-problematiek ziet ze de toekomst soms somber in. “Politici moeten verder denken dan hun eigen regeerperiode. Er moeten nu impopulaire beslissingen genomen worden om de toekomst voor onze kinderen veilig te stellen. Over dierenwelzijn ben ik optimistischer. Er is veel aan het veranderen in hoe mensen naar dieren kijken.”


caring vets kees scheepens

Kees Scheepens, 58
Varkensboer, varkensexpert en veearts

De uitbraak van de varkenspest van 1997-1998 was voor varkensdierenarts Kees Scheepens een levensveranderende gebeurtenis. 113 duizend gezonde biggetjes moest hij euthanaseren. “Dat was een keerpunt”, vertelt hij. “Ik ben uit de veterinaire wereld gestapt en geef nu trainingen in het observeren van varkens. Met ‘de varkensfluisteraar’ als geuzennaam.” Tegelijk wilde de boerenzoon met achttien generaties boeren voor hem, bewijzen dat het in Nederland mogelijk is om diervriendelijk varkens te houden. “Met veel moeite heb ik een plek gevonden waar ze het hele jaar naar buiten kunnen en zoveel mogelijk hun soorteigen gedrag kunnen vertonen.”

Het was geen sinecure om zich te ontworstelen aan de praktijk van lippendienst bewijzen aan de bio-industrie. “Ik ben er bijna failliet aan gegaan. Nu kan ik een rol spelen die voor dierenartsen in die sector niet is weggelegd, omdat hun inkomen grotendeels afhankelijk is van de verkoop van vaccins en antibiotica.”

Staatsdienst

Scheepens pleit voor een systeem waarin, net zoals bij ‘gewone’ dokters, per handeling betaald wordt en niet per medicament of veterinair product. Nu kan een advies 5 duizend euro opleveren, maar ook 50 duizend euro als je iets voorschrijft. Hij haalt een onderzoek aan naar de mogelijkheid om dierenartsen in staatsdienst te nemen. “De kosten die daarmee gemoeid zijn, schijnen op de overheidsbegroting weinig voor te stellen. Maar partijen met een boerenachterban zullen dat niet laten gebeuren. De intensieve veehouderij is afhankelijk van dierenartsen die zonder al te veel morren meewerken.”

De consument speelt volgens Scheepens een cruciale rol in de transitie naar een diervriendelijke veehouderij. “Die kan kiezen met zijn portemonnee en door via ngo’s zijn stem te laten gelden. Je hoort altijd dat we wat dierenwelzijn betreft niet voor de troepen uit moeten lopen, omdat er dan geen level playing field is. Ik vind dat we dat wel moeten doen. Maar dan moeten consumenten wel bereid zijn meer te betalen.”

Hij ziet Caring Vets als onderdeel van een trend. “Vergeleken bij de generaties hiervoor is het dier steeds gelijkwaardiger geworden aan de mens. Het is tijd voor de emancipatie van het dier. Emancipatie is ook een positief woord. Met aanvallen van de sector bereik je niets. Veeartsen moeten ook de verbinding met de sector weten te houden.”


carings vets frederike schoutenFrederieke Schouten, 38
Dierenarts, Inhoudelijk medewerker Varkens in Nood en Dier en Recht

Hoe ze het met elkaar kon rijmen weet Frederieke Schouten niet meer, maar in het eerste jaar van haar studie werd ze vegetariër vanwege de situatie in de stallen. Tegelijk wilde ze bijdragen aan de veehouderij. “Dat boeren hardwerkende mensen zijn die eten produceren, echt een basisvoorwaarde voor het leven, vond ik mooi. Ik dacht dat ik als veearts boeren kon stimuleren om veranderingen door te voeren.”

In de zeven jaar dat ze als veearts werkte, ontdekte ze dat daar nauwelijks ruimte voor is. “Boeren die verbeteringen wilden doorvoeren, werden tegengewerkt door de banken. Of door andere boeren, want als iemand voor de troepen uitloopt, moeten zij mee. Banken hebben jarenlang alleen maar investeringen verstrekt met uitbreiding als voorwaarde. Voor innovaties leek weinig ruimte. Ik zag zoveel dieren een onwaardig leven leiden, dat ik echt emotioneel in de stal stond. Dat hield ik niet vol.”

Weggooiproduct

Voor een individueel varken is het vaak te duur een dierenarts te laten komen, vertelt Schouten. “Als een koe een ernstige verwonding heeft, kan het nog wel uit om haar te laten hechten. Bij een varken niet. Een koe is duurder, gaat langer mee, en van honderd koeien kan een boer al leven. Van varkens heb je er meteen duizenden nodig. Een kip is helemaal een weggooiproduct.”

We moeten ophouden alleen naar de economische waarde van dieren te kijken, vindt Schouten. “Als je een dier ziet als een individu dat recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan betekent dat dat een kip moet kunnen scharrelen en in de buitenlucht komen. Dat mag je een dier eigenlijk niet afnemen, maar dat hebben we wel gedaan. Bij de plofkip was het maatschappelijk draagvlak weg, maar economisch was het nog steeds rendabel.”

De Caring Vets vertegenwoordigen nu als beroepsgroep de stem van het dier. “Onze standpunten zijn altijd wetenschappelijk onderbouwd. En we zoeken altijd naar wat haalbaar is. Je kunt niet zeggen: morgen moet iedereen veganist worden en dan houden we geen dieren meer. Maar je kunt wel zeggen dat als je dieren houdt, je ze ook fatsoenlijk moet behandelen. En als dat duurder wordt, dan moet dat terugkomen in de prijs. Dan kom je uit bij wat iets echt kost. Consumenten moeten ook hun verantwoordelijkheid nemen.”


caring vets

René Van der Luer, 70
Veterinair patholoog, deels met pensioen

Hoewel hij van kinds af aan dierenarts wilde worden, heeft René Van der Luer zijn tijd vooral achter de microscoop doorgebracht. Hij onderzoekt stukjes weefsel of uitstrijkjes van tumoren van met name honden en katten. Geprikkeld door een recensie las hij in 2015 Naomi Kleins boek No Time. Overtuigd van de urgentie van de klimaatcrisis besloten hij en zijn vrouw minder te gaan werken.

“De vrijgekomen tijd wilden we zinnig invullen”, verklaart hij het grote aantal demonstraties waaraan ze sindsdien deelnamen: tegen TTIP, bruinkoolwinning (Ende Gelände), Monsanto en de bio-industrie. “We zijn ook actief voor Transition Towns en de Partij voor de Dieren.”

Dierenwelzijn is heel belangrijk, vindt Van der Luer. “Maar bij onze Caring Vets-werkgroep Milieu en Klimaat zeg ik steeds: het gaat ook over klimaat en mensenrechten. Over mensen aan de andere kant van de wereld die wij benadelen met onze ziekelijke vleesproductie.”

Minderen

Alle crises van de wereld komen in zijn ogen voort uit het ongereguleerde kapitalisme. “Klimaatverandering is de meest levensbedreigende crisis, maar het is een symptoom. Meer groei is niet de oplossing. We moeten mensen ervan overtuigen dat onze manier van leven niet haalbaar is. We moeten minderen.”

Iets wat hij pas later ging inzien, is dat dieren dezelfde gevoelens hebben als wij. “Ze zien in zo’n slachthuis de dood op zich afkomen. Ze worden behandeld als stukken vlees. Dat kan echt niet meer. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat menselijke eigenschappen zoals empathie, plannen of anderen verzorgen, bij dieren net zo goed voorkomen.”

Eigenbelang

Boeren zelf zijn ook niet helemaal vrij te pleiten, vindt hij. “Ik hoorde laatste een mooie uitdrukking dat een vis in het water niet voelt dat zijn neus nat is. Nou, ik voel wel dat mijn neus nat is. Ik weet dat het anders moet en daar stem ik naar. Als boeren CDA blijven stemmen omdat dat op korte termijn hun eigenbelang het meest dient, dan zijn ze niet goed bezig.”

Hoopvol is hij, als hij eerlijk is, niet. “Dit systeem is nauwelijks te veranderen. Maar we blijven positief. Al was het maar voor onze kleinkinderen.”

Naar boven