Harco Pront: aparte twist en funky groove

Gedreven door een hartstochtelijke experimenteerdrift schiet Harco Pront (1973) in ruim 55 minuten even gemakkelijk van ambient naar funk, als van elektro naar blues. De 33 tracks op zijn debuut Jibberish hebben een ding gemeen: de aparte twist, zoals hij het zelf noemt.

‘Ik heb echt het idee dat ik me nog aan het ontwikkelen. Dat ik nog op een punt kom waarbij ik denk: nu ben ik klaar.’ Harco Pront zit midden in zijn experimentele fase, druk bezig zichzelf en zijn muzikale mogelijkheden te verkennen. Niet echt het moment om je materiaal uit te brengen, maar platenmaatschappij Music for Speakers vond van wel en kreeg het gelijk aan haar zijde. De EP’s Skifo EP en Epos werden opgepikt door DJ’s als Gilles Peterson, Carl Craig en John Peel. Ook het debuutalbum Jibberish is een bijzondere plaat die liefhebbers van eclectische muziek zal aanspreken.

Vrij onwerkelijk, al die positieve reacties, vindt Pront. ‘Maar ik heb een soort drang om me daar niet door te laten beïnvloeden. Ik wil eerlijk blijven naar mezelf toe. Ik heb die muziek in eerste instantie gemaakt om mezelf te entertainen.’

Dat is één van de redenen waarom de tracks eerder schetsen zijn dan afgeronde nummers. ‘Het is niet gemaakt om het aan de wereld te laten horen’, legt Pront uit. ‘Ik besteed ook niet graag veel tijd aan een nummer. Dan wordt het echt werk. Het moet zo snel mogelijk gebeuren, zodat ik niet te veel ga nadenken.’ Dat verklaart meteen de lengte van de nummers: vaak erg kort. ‘Soms is het gewoon genoeg. Als ik het langer maak, wordt het saai, vind ik.’

Funky groove

Door de stemvervormingen en funky groove (‘ik vind het gewoon fijn om te swingen’) die Pront gebruikt, wordt hij vaak vergeleken met Prince. Vooral diens bootlegs met onuitgewerkte ideetjes worden aangehaald door de pers. ‘Ik ben wel door hem beïnvloed, maar niet in die mate waarop steeds wordt beweerd’, corrigeert Pront. ‘Hij is zeker niet de enige naar wie ik luister.’

Hij vindt die bootlegs, zoals te verwachten, interessanter dan de reguliere albums. ‘Prince heeft duidelijk nummers waarop hij wil laten zien dat hij ook kan componeren en arrangeren. Vaak vind ik dat zonde: het doet mij veel minder dan zijn improvisaties op piano. Het hoeft allemaal niet opgeklopt te worden. Het gaat mij eigenlijk vooral om het rauwe gevoel.’

Het gaat mij eigenlijk vooral om het rauwe gevoel

Harco Pront manipuleert zijn stem door hem te versnellen en te vertragen, soms met een vocoder. Het doet denken aan dEUS, een band die hij erg goed vindt. Hij begon met vervormen omdat hij zichzelf geen zanger vond. ‘Ik wilde mijn stem meer als instrument gebruiken dan dat het echt het nummer zou moeten dragen. Het heeft ook wel met onzekerheid over mijn eigen stem te maken, maar tegenwoordig zing ik toch steeds meer zelf. Met vervormen kan ik beter een bepaald gevoel kan uitdrukken, met name bij funky nummertjes, dus dat blijf ik doen. Misschien is het een soort conditionering, omdat het door Prince en de P-funkers ook is gebruikt.’

Harco Pront JibberishVacuüm

Als je je voorstelt waar Pront zijn muziek fabriceert, dan denk je aan het nachtelijk uur, roodgeverfde muren en een jaren zeventig interieur.‘ Oranje, en het is inderdaad een beetje jaren zeventig’, beschrijft Pront zijn interieur lachend. En ja, hij schrijft ’s nachts. ‘Ik kan overdag geen muziek maken. Ik moet echt het idee hebben dat de dag is afgelopen en ik kan doen wat ik wil. Zonder onderbroken te worden; al is het maar om te eten. Ik probeer ook echt om in één avond iets af te ronden. De meeste dingen op het album zijn echt in een keer gemaakt. En als ik wat minder tijd hebt, wordt het een nummer van dertig seconden.’

Eenmaal bezig, verdwijnt alle gevoel van tijd. ‘Dat gaat heel raar, op het moment dat ik mijn koptelefoon opzet en ga zingen, lijkt de kamer te verdwijnen en kom ik in een soort vacuüm terecht. Dan komen er vanzelf dingen naar boven. Als dat echt werkt, is het het fijnste wat er is. Het vervelende is dat het kan fluctueren, dat alles opeens samen komt en je hoort: dit is het precies en een paar seconden later kan het totaal ontsporen. Ik heb er niet echt grip op en ik denk ook niet dat ik het kan herproduceren op commando. Dat is ook een van de redenen waarom ik er geen vertrouwen in heb om dat live te doen. Als dat magische moment ontbreekt, heb ik er niet echt zin in om dat, tja, na te doen.’

Het is niet alleen drempel om op te trede, hij heeft ook niet de behoefte om in de schijnwerpers te staan. Maar hij realiseert zich dat hij zal moeten optreden als hij van de muziek wil gaan leven. ‘Ik ben er nog niet helemaal uit wat de beste weg is. Het zou kunnen dat het in de toekomst gebeurt, want ik maak steeds meer bluesachtige nummers, met alleen gitaar.’

Harco Pront JibberishHallucineren

Een voorbeeld daarvan is Happy Camper, een prachtig, intens nummer dat voelt als het solowerk van John Frusciante, de gitarist van Red Hot Chili Peppers. ‘Dat heb ik vaker gehoord. Ik ken zijn platen niet, maar ik heb wel ooit een documentaire gezien waarin het helemaal mis ging met hem. Dat doet me wel heel veel. Je moet er echt doorheen luisteren, maar de kleuren, de geesten die bij wijze van spreken door zijn muziek dwalen, dat heeft veel invloed op me.’

In die inmiddels beruchte aflevering van Loladamusica heeft Frusciante een vrij extreem heroïneprobleem. Je ziet hem gewoon hallucineren. Pront: ‘Dat herken ik op een bepaalde manier. Het is erg ontroerend, vooral omdat het zo intens is, zonder enige concessie, puur. Dat vind ik de beste manier om muziek te maken: in kleuren en sferen. Ik ken weinig mensen met dezelfde intensiteit. Het is vaak toch wat meer verpakt in hapbare brokken. Dat zie ik wel als een streven, om dat af te zweren en het echt zo indringend mogelijk te geven.’

Dat is wat we in de toekomst van hem kunnen verwachten. ‘De dingen die ik de laatste tijd maak, worden steeds kaler en puurder, heb ik het idee.’ Er ligt materiaal voor meerdere albums op de plank. Op Jibberish staan vooral oudere nummers, sommige zijn al vijf, zes jaar oud.

Havik

De titel Jibberish koos hij uit een soort cynisme. ‘In principe steek ik de draak met heel veel dingen. Dat ik de nummers zo kort houdt, maar ook dat het qua productie niet aan de standaard voldoet. De hedendaagse popmuziek klinkt extreem hifi en is echt een ‘product’. Muziek als een product staat me erg tegen. Ik heb het idee dat veel muzikanten vooral bezig zijn met hoe ze overkomen.’

Het beeld ontstaat van iemand die geen concessies doet als het zijn muziek betreft en zijn eigenheid en puurheid als een havik bewaakt. Daarom werkt hij het liefste alleen. ‘Anders is er een kritisch oog op je gericht en dat zie ik als belemmerend. Ik wil eerst iets maken en pas achteraf evalueren wat ik er van vind.’ Dat hij alleen werkt, betekent dat hij geen toetssteen heeft. Geen probleem, vindt hij. ‘Ik luister wel naar kritiek en houd het in mijn achterhoofd, maar ik wil me er niet door laten leiden. Natuurlijk kan het beter worden als ik er dingen aan verander, maar ik zie het als een natuurlijk proces. Dat moet in mijzelf groeien en dat wil ik niet forceren. Misschien komt dat ook doordat ik het voor mezelf maak: het is genoeg als ik zelf een ontwikkeling hoor.’

White Album

Soms raak ik wel gefrustreerd. ‘Als ik de nieuwe cd van Radiohead hoor, dan denk ik: nom de dieu!’ Vergeleken met zijn eigen werk is dat van Radiohead nogal overdacht en geconstrueerd. Toch zou hij het graag zelf hebben gemaakt. ‘Ook. Maar ik ben gewoon heel blij met de manier waarop ik het nu aanpak. Ik heb een soort doel voor ogen om steeds rijkere dingen te gaan maken. Het klinkt pretentieus, maar eigenlijk zou ik een soort White Album van The Beatles willen maken, vol verschillende dingetjes met allemaal verschillende invloeden.’

Zelf wordt hij beïnvloed door de muziek waar hij op dat moment naar luistert, door het dagelijks leven ook. Zoals de politiek. ‘Maar daar ben ik heel voorzichtig mee. Ik heb wel iets in mijn hoofd, maar ik streef er niet naar om politieke statements te maken. Uit een soort angst om te pretentieus te zijn, verpak ik het in een lichte vorm.’ De teksten ontstaan spelenderwijs tijdens het improviseren. ‘Ik krijg een bepaald gevoel in mijn hoofd, een bepaalde sfeer, en dan komen er automatisch flarden tekst uit mijn mond die voor mij aansluiten bij het gevoel dat ik heb. Aan die flarden wil ik vasthouden. Of er betekenis in zit, doet er niet toe.’

Naar boven