Soloplaat Henk Hofstede: Het draagbare huis

Voor de studio van Nits, een onopvallend pandje vlakbij station Amsterdam Sloterdijk, vertelt Henk Hofstede over zijn hier opgenomen soloplaat Het draagbare huis. Tussen ons in een IKEA-krukje, dat later nog ter sprake zal komen.

‘Het is een soort estafette’, legt Henk Hofstede uit. ‘Je geeft iets over aan het volgende werk en je neemt weer iets mee. Daarmee vergeet je het oude weer een beetje.’ Het boegbeeld van Nits benadrukt dat zijn soloplaat, Het draagbare huis, op zichzelf staat, al komt het voort uit de video-installatie The Portable House. Hij maakte de installatie enige jaren geleden op uitnodiging van de Biënnale van Lyon. ‘Dat was de eerste duw. En dan verder alleen.’

Het estafettestokje is in dit geval het onderwerp: Hofstedes huis. Aanvankelijk wilde hij een roadmovie maken over de reizen van Nits. Maar hij was op persoonlijke titel gevraagd, dus zocht hij meer iets van zichzelf. Tussen al het materiaal dook het antwoord vanzelf op: zijn gezin en het huis waar ze achttien jaar geleden introkken. Toen wist hij nog niet dat hij in de zomer van 2003 zou verhuizen. ‘Het is vreemd dat dingen zo lopen. Uiteindelijk is het een enorme herinnering.’

Landschappen

Een jaar geleden nam hij in datzelfde huis, in zijn eentje achter de piano, demo’s op. ‘Dat deed ik altijd al, maar dan gingen we er met de band nog mee aan de slag. Werken aan iets wat echt “af” moet zijn, dat is heel raar. Dagen lang alleen thuis, uitzicht op het park, een tram. Wat te beslissen: is het goed of niet? Op een bepaald moment heb ik alles in de studio in de computer gezet en ben er met onze technicus, Paul, mee aan de slag gegaan. Ik wilde het eerst heel kaal houden: alleen piano en stem. Uiteindelijk hebben we daar allerlei landschappen omheen gemaakt. Zodat ik me niet zo alleen voelde.’

Alleen is hij sowieso niet. Hij zingt een duet met Frank Boeijen (zie hierboven) en de stemmen van zijn dochters zijn te horen. ‘Het hadden ook andere kinderen kunnen zijn.’ Lachend: ‘Ik leg er niet de nadruk op, zoals Robert ten Brink voor Liga.’ Helemaal aan het einde van de plaat staat zelfs een opname van hem uit 1961. ‘Toen was ik nog Hennie Hofstede. Mijn ouders waren zoveel jaar getrouwd en ik zong een nummer waar Ria Valk volgens mij nog bekend mee is geworden: Tommy uit Tennessee. Wat je hoort is: love you, love you.’

Een ander leuk weetje is dat er aan het einde van Val het geluid van een vallend krukje als ‘percussie-instrument’ is gebruikt. ‘Ik verander mezelf in een soort Zweed, die alle namen van kleine voorwerpen, vooral krukjes, uit de IKEA-catalogus opleest. Toen hebben we in de studio zo’n krukje omgegooid. Bijna een flauwe grap, maar leuk om te doen.’

Nederlandstalig

Voor Nits is Henk Hofstede altijd heel strikt: de teksten moeten in het Engels. ‘Dat is bijna gemakkelijker, omdat je meer afstand hebt. Het is ook vanzelfsprekend als je veel reist. En het is een taal die bij muziek hoort.’ Dit keer gaf hij zichzelf de opdracht in het Nederlands te schrijven. ‘Om het mezelf moeilijker te maken.’ Daardoor zouden de teksten wel eens poëtischer kunnen zijn geworden. ‘Ik schreef echt hele vellen vol, het was echt een stroom die er uit kwam. Die ook bijna niet stopte, er zat toch wel heel veel in. Daaruit ben ik dingen gaan nemen voor het lied.’

Naar boven