Marijn Frank is verslaafd aan vlees

Een vleesverslaving, bestaat dat? En zo ja, wat doe je er tegen? In de buitengewoon persoonlijke film Vleesverlangen gaat Marijn Frank op zoek naar antwoorden. “Als verstokte vleeseter heb ik het morele gelijk niet aan mijn kant. Wel verfrissend toch?”

Vlees eten is iets voor mensen die niet nadenken, zei de moeder van Marijn Frank vroeger. Maar toen ze het als vijfjarige bij een vriendje voor het eerst proefde, was de kleine Marijn verkocht. Heerlijk vond ze het, en dat is altijd zo gebleven. Net als het gevoel dat het eigenlijk niet oké is. Ze probeerde keer op keer vegetariër te worden, maar jeetje, wat was het moeilijk.

“Toen ik eenmaal zelf een kind kreeg, dacht ik: ik kan mezelf wel voor de gek houden en maar een beetje aanklooien, maar voor haar moet ik wel duidelijk zijn”, vertelt Marijn Frank. Ze besloot een behoorlijk intieme film te maken over haar schuldgevoel en haar dilemma: voed ik mijn kind op met vlees of niet. Ik sprak haar toen ze nog middenin de montage van Vleesverlangen zat. Uiteindelijk blijkt de film pas maanden later in première te gaan, omdat ze wilde wachten op een bijzonder podium: documentairefestival IDFA.

Vleesverlangen Marijn Frank

Vleesvervangers

De argumenten tegen het eten van vlees had de reporter van de Keuringsdienst van Waarde, die voor haar werk regelmatig grote slachthuizen van binnen ziet, wel op een rij. “Eigenlijk zijn er drie die ik belangrijk vind: dierenwelzijn, milieu en gezondheid. Bij dat laatste denk ik aan hormonen, antibiotica en resistente bacteriën.” Al die aspecten zijn belangrijk voor een mooie toekomst voor haar kind. “Ik wil haar gezond laten opgroeien, ik wil haar moreel besef meegeven, ik wil dat ze begrijpt hoe vlees eten in elkaar zit en ook dat ze zelf nog op een fijne manier kinderen kan krijgen en laten opgroeien.”

Maar hoe doe je dat in de praktijk? Aanvankelijk ging het zo, zien we in Vleesverlangen: Marijn en haar vriend aten vlees, haar dochtertje vleesvervangers. “Sally mag niet geen vlees”, hoor je het heerlijke grietje brabbelen. “Dat kan natuurlijk eigenlijk niet”, lacht Marijn. “Ze zal heus haar eigen keuze maken als ze daar oud genoeg voor is, maar ik heb wel een sterke voorbeeldfunctie. Daarom vind ik het belangrijk dat ik handel op de manier waarop ik graag wil dat mijn kind handelt. Als ze later iedere dag kiloknallerdrumsticks gaat eten, dan heeft ze dat in ieder geval niet van mij geleerd.”

Verslavingsprofessor

Maar ondertussen vindt de jonge moeder het vreselijk moeilijk om geen frikandellen uit de muur te trekken of vieze vleesbroodjes bij het tankstation te kopen. Wat is dat toch? Misschien weet een ‘verslavingsprofessor’ raad? Een beeldenbrij van foodporn en echte porno schiet aan haar voorbij terwijl iedere hersenactiviteit nauwkeurig wordt gemeten. En tot grote verbazing van de onderzoekers, die nooit eerder iemand onderzochten op vleesverslaving, blijkt haar vermoeden inderdaad te kloppen.

Vleesverlangen Marijn Frank
Frank laat zich vrij gemakkelijk overtuigen door chefkok Joris Bijdendijk, die vindt dat je je niet schuldig hoeft te voelen als een dier een goed leven heeft gehad en je het met respect behandelt.

Uit de resultaten blijkt zelfs dat ze meer van vlees houdt dan van seks. Hilarisch, al vraagt Marijn zich meteen af wat haar vriend daarvan vindt. “Het is altijd geweldig als je wetenschappers kunt verbazen. Ik was zo blij dat mijn gevoel werd bevestigd, voor hetzelfde geld zeiden ze: er is niets aan de hand. Het geeft ook een geweldige zwengel aan het verhaal: er zit wel echt iets.” Bang dat dit nu een excuus wordt (voor zichzelf of anderen) is ze niet. “Je kunt ook verslaafd zijn aan de drank, dat is ook geen excuus om altijd lam te zijn. Wat ga je doen als je verslaafd bent? Dan ga je in therapie, en ga je de confrontatie aan.”

Slachthuis

En dat is precies wat Marijn doet in de film. “Bij zo’n therapie moet je al je argumenten goed op een rij proberen te krijgen en ook proberen te begrijpen waar dit soort problemen vandaan komen. Daarnaast ben ik in een slachthuis gaan werken om de confrontatie aan te gaan. Mijn doel is daar: kan ik zelf een dier dood maken. Want ik vind dat ik dat er voor over moet hebben om vlees te kunnen eten. Het is de vraag of me dat lukt, dat wil ik graag geheim houden.”

Nou vooruit, we laten in het midden welke keuzen Marijn Frank uiteindelijk maakt. Ze benadrukt dat de film begint met een individueel vraagstuk, maar uiteindelijk gaat over een enorm maatschappelijk wereldwijd probleem. Frank: “Met de groeiende bevolking, alle opkomende economieën die meer vlees gaan eten, een gebrek aan landbouwgrond. Ik hoop natuurlijk dat mensen dat zien, in feite doet het er niet toe of ik wel of geen vlees eet, daar heeft de wereld op zich niet zoveel aan. Ik hoop dat mensen zich in mijn dilemma’s herkennen en zich beseffen: o ja, vlees groeit niet in een pakje, het komt van een dier wat moet eten en dat schijt. En dat heeft allerlei gevolgen voor de wereld waarin we leven.”

Vleesverlangen
Een van de thema’s in Vleesverlangen die niet iedereen zal behagen/begrijpen: het verband tussen vlees en seks. Frank: “Misschien is dat ouderwets, maar ik vind een man die vlees eet of bereidt sexy.”

Vleesjunk

Dat zij als zelfbenoemde vleesjunk dit zo beladen probleem te lijf gaat, zal hopelijk nieuwe deuren openen. “Ik kijk zelf ook niet graag naar films van vegetariërs, omdat je dan al weet: ja, jij doet het beter, want jij kan het en ik ben een sukkel, want ik kan niet stoppen. Als verstokte vleeseter sta ik wel aan de kant van de meerderheid. Maar 3 procent van de Nederlanders is vegetariër. Dat vond ik wel verfrissend aan Vleesverlangen, want ik heb het morele gelijk niet aan mijn kant. Eigenlijk ben ik voor mijn gevoel de boosdoener, maar ik pak wel aan. Ik denk dat dat voor veel mensen een veel makkelijker te verkroppen uitgangspunt is.”

We hebben het erover dat veel mensen zich aangevallen voelen als je zegt dat je vegetariër bent. “Vleeseters voelen ergens ook wel dat daar iets heel vreemds gebeurt, anders voel je je niet aangevallen als iemand laat zien dat het ook anders kan. Dat had ik ook in dat slachthuis hoor, ik had in eerste instanties best wel sterke vooroordelen tegenover die slagers. Als je de hele dag bezig bent met dieren doodmaken, dan moet er ergens iets zijn afgestorven of moet je emotioneel beschadigd zijn. Toen ik daar eenmaal ging werken merkte ik dat andere mensen dat weer heel sterk gingen vooroordelen en toen dacht: wow, het is zo hypocriet om die slagers te veroordelen, terwijl zij het doen voor jou.”

Naar boven