Met Kasabian de herten achterna

Kasabian laat de tijden van Happy Mondays en vooral Stone Roses herleven: bezwerende gitaarrock met dance-invloeden. De grote mond van hun helden hebben ze ook overgenomen.

Altijd gedacht dat het gelijknamige debuut van het Britse Kasabian uit het niets kwam? Geen sprake van: het van zelfvertrouwen blakende viertal brengt al sinds 1997 zo’n twintig uur per week door in de oefenruimte. ‘Muziek is onze religie. Ons ding was: tussen die vier muren doen alsof we Pete Townshend of Roger Daltrey waren.’

‘Dromen zijn soms beter dan de werkelijkheid, hoor je vaak. En weet je wat?’, zanger Tom Meigham (24) last een betekenisvolle pauze in: ‘Dat is niet zo. Je dromen brengen je op de weg die leidt naar de verwezenlijking daarvan. Op dit moment leven we in die droom en het is geweldig.’

Met drie nominaties bij de Brit Awards (beste groep, rock-act en liveband) kun je Kasabian met recht tot de Britse top rekenen. Precies zoals ze zich de toekomst altijd voorstelden. ‘Als we een dip hadden, schreeuwden we: waar gaan we heen? We gaan naar the pop of the top of the best. Daarna zagen we het weer helemaal zitten.’

Blijvertje

Wanneer ze de allerhoogst haalbare top zullen bereiken? Meigham heeft geen flauw idee. ‘Over een paar jaar kan één van ons wel dood zijn, snap je? Wat we willen is: blijven touren en optreden en een tweede plaat maken die een absolute killer is en de journalisten die ons zien als eendagsvlieg de mond snoert. Kasabian is een blijvertje, daarvoor hebben we de kwaliteit en de kracht. Jullie zijn nog niet van ons af. Eén van ons wordt grijs, de ander kaal en we gaan kinderen krijgen: als band gaan we dat allemaal samen meemaken. Het zal interessant worden.’

De leden zijn jeugdvrienden, wat goed van pas komt nu hun leven zo’n gekkenhuis is. ‘We kennen elkaar zo goed dat we samen een rooie kop krijgen van al het succes.’ Vleiend, vindt Meigham alle aandacht. ‘Bij een groot publiek hoor je de nummers harder dan je ze zingt, omdat iedereen terugzingt. Het meest geweldige wat ik ooit heb gehoord.’

Ontsnappen

Hij blikt terug: ‘Toen Britpop zijn laatste adem uitblies waren we nog maar jochies. We móesten gewoon in dat gat springen; onze eigen ‘wapens’ kopen en onszelf trainen om net zo te worden als onze helden. We hadden toen al attitude, terwijl we nog geen gitaar konden vasthouden. Het was volkomen ruk, maar we vonden onszelf de beste band van de wereld. Uiteindelijk werden we de oefenruimte uitgekickt omdat we de huur niet konden betalen. Daarna oefenden we in een garage, in de vrieskou.’

In navolging van Oasis’ voormannen Noel en Liam benadrukt hij dat Kasabian een band van de mensen is, een ‘people’s band’. ‘Wij kennen de routine van het echte leven. Als we om ons heen kijken is wat wij doen ongelofelijk: iedereen van onze leeftijd is getrouwd en heeft kinderen. Muziek was een manier om te ontsnappen.’ In een nummer als L.S.F. (Lost Souls Forever) komt die behoefte om het leven te vieren naar voren. ‘Het is een psychedelische mantra vol funk en rock-‘n-roll. Het is zo’n nummer dat je bij de kladden grijpt, je echt raakt en hoop geeft. Het gaat over doen wat je wilt doen.’

Mediocre

Kasabian heeft zich vaak laatdunkend uitgelaten over collega’s in het veld. ‘De meeste bands maken heel mediocre muziek omdat het behoorlijk suffe, oninteressante mensen zijn. Wij zijn echt: we hebben soul, groove, karakter, humor: alles wat je maar wilt. We zitten in een groot bos en wij zijn de hongerige wolf die jaagt op herten. We proberen het vuur weer een beetje op te stoken. Je hoeft niet altijd een strak gezicht te trekken en serieus te zijn.’

Gelukkig is de situatie afgelopen jaar wel wat verbeterd. ‘Live-muziek is weer helemaal terug. Het is een geweldige atmosfeer. Je hebt onze vrienden: The Zutons en The Music. Het is super om competitie te hebben.’

Naar boven