Placebo knalt, maar wat zijn ze beschaafd

Voorbeeldig gedroeg Placebo zich gisteravond. Bassist Stefan Olsdal trakteert het publiek op vertederend onhandige dansbewegingen en de doorgaans zo recalcitrante zanger Brian Molko roept clichématig: u was een perfect publiek. Het moet niet gekker worden.

Met het strak lederen pak lijkt Placebo ook het obstinate gedrag aan de wilgen te hebben gehangen. Zanger Brian Molko, die regelmatig liet zien heerlijk te kunnen snieren en vuilbekken, is een en al Britse beschaafdheid en net als zijn collega’s vastberaden om een knallende show te geven. Niet uit plichtsbesef, nee, met volle overtuiging.

Molko en bassist (hoewel, hij had vaker een gitaar in zijn klauwen) Stefan Olsdal zoeken voortdurend contact met de voorste gelederen en Olsdal trakteert ons op vertederend onhandige dansbewegingen aan het begin van Taste in Men.

Clichématig

Jeetje, wat zijn ze sympathiek en wat doen ze hun best. Toch, het was die arrogantie en agressie die ooit onze harten sneller deed kloppen. Nu springen vooral de rustigere songs er uit: Sleeping With Ghosts, Without You I’m Nothing en het geslaagde aan Johhny Cash opgedragen Centrefolds, met Olsdal op toetsen.

Over Robert Palmer, ook onlangs overleden, geen woord, terwijl zijn Johnny and Mary toch tot hun repertoire behoort. De nadruk ligt op de twee laatste, minder goed ontvangen albums. Hierop nummers die stuk voor stuk dik in orde zijn, maar misschien een beetje eenvormig. Het enige nieuwe nummer, met een iets uitdagender drumpartij, lijkt daarmee te breken. Na de uitsmijter, een cover van Where is My Mind (The Pixies), roept Molko clichématig: u was een perfect publiek. Het moet niet gekker worden.

Placebo, Heineken Music Hall, Amsterdam (7 oktober 2003)

Naar boven