Rusthuis voor opgebrande greenies

Een kwart eeuw geleden werd de Rainbow Warrior opgeblazen. De documentaire The Rainbow Warriors of Waiheke Island portretteert zes oud-bemanningsleden die vlakbij het zeemansgraf van het Greenpeace-schip wonen.

Iedere vijf jaar komen ze naar Nieuw-Zeeland, de journalisten die snel wat quotes verzamelen voor een reportage over de barbaarse bomaanslag op de Rainbow Warrior. In juli is het weer zover. Dan is het 25 jaar geleden dat de Franse geheime dienst het Greenpeace-schip in de haven van Auckland opblies. Frankrijk wilde koste wat kost voorkomen dat het schip een grote protestactie tegen Franse kernproeven op Mururoa zou aanvoeren. De verantwoordelijken kwamen er met een sisser vanaf, of zelfs onbeschadigd (zoals president Mitterand), en dat terwijl er een dode bij was gevallen.

Een schrale troost is dat de terreurdaad een boemerangeffect had – hoe kan het ook anders zo dicht bij Australië. Greenpeace kreeg een enorme aanwas van leden en de wereldwijde woede over kernproeven zwol aan. Maar wat is er gebeurd met de bemanningsleden van het schip? Regisseur Suzanne Raes ging op zoek.

Onvertoonde beelden

“Buiten het seizoen” trok Raes naar Nieuw-Zeeland voor een lange documentaire over de zes bemanningsleden die zijn neergestreken op het idyllische Waiheke Island. Het wordt wel het rusthuis voor opgebrande greenies genoemd, omdat het er stikt van de oud-activisten. Hoe keken zij terug op hun tijd op het schip?

Het bijzondere is dat in The Rainbow Warriors of Waiheke Island ook letterlijk kan worden teruggekeken, dankzij de gewoonte van Greenpeace om hun acties uitgebreid te documenteren. Precies daarvoor was fotograaf Fernando Pereira, het enige dodelijke slachtoffer van de bomaanslag, aan boord. Buiten de bekende mediagenieke momenten bestaat er natuurlijk ook allerlei nooit eerder vertoond materiaal, bijvoorbeeld van de dagelijkse praktijk op het schip.
Beelden waarop ze met zijn allen onderhoud plegen, maar ook van het leven als één grote familie; blije gezichten rond een enorme verjaardagstaart, met joints als kaarsjes. Raes maakt van dit archiefmateriaal dankbaar gebruik bij het vertellen van een aangrijpend maar toch optimistisch verhaal over drie mannen, drie vrouwen en het schip als zevende personage.

Proefdieren

Scheepskok Rien Achterberg, een van de geportretteerden, was voor de première in Nederland. Hij was blij toen Raes langskwam. Eindelijk is iemand geïnteresseerd in wat de opvarenden toen bezighield en hoe ze nu tegenover hun verleden als Rainbow Warrior staan. Raes maakt heel sterk voelbaar wat de bomaanslag met hen heeft gedaan – ontroerend veel – en laat alle politieke achtergronden en de schuldvraag achterwege. Terwijl steeds heen en weer wordt gesprongen tussen de personages en het schip wordt hun gezamenlijke geschiedenis chronologisch gevolgd. Langzaam raakt de kijker meer en meer emotioneel bij hen en de boot betrokken, wat de impact van de gebeurtenissen in de laatste maanden van de Warrior alleen maar groter maakt.

Kort voor de aanslag evacueerde de crew de gehele bevolking van het eiland Rongelap, dat onleefbaar was geworden door kernproeven van de Amerikanen. Daar zagen ze met eigen ogen de gevolgen van datgene waartegen ze zo fanatiek streden. Hun afschuw hierover tekent zich af op hun gezichten als ze er over praten en ook op Pereira’s foto’s van toen is te zien hoe aangedaan iedereen was door de aangetaste lichamen. Daar bovenop kwam de woede dat deze mensen gewoon als proefdieren zijn gebruikt.

Hippies

Achterberg was hier niet bij. Hij had toen net een stuk land op het dichtbij Auckland gelegen Waiheke Island gekocht. Vier andere geportretteerden wel: stuurman Martini (spoort nu gifboten op voor Greenpeace), de machinisten Hanne (nu bewoonster van een transition town) en Henk (nu schipper van wetenschappelijke expedities naar Antarctica) en matroos Bunny (nu directeur van Greenpeace Nieuw-Zeeland).

Bij de bomaanslag was Achterberg net één dag aan boord, op bezoek bij zijn vrienden. Susi (nu campaigner voor Oxfam Nieuw-Zeeland), die de oude vissersboot met twee anderen kocht om tegen de walvisjacht te protesteren, kwam meteen naar Nieuw-Zeeland. Ze is nooit meer vertrokken. De anderen kwamen na wat omzwervingen ook naar Waiheke Island. Allemaal bleven ze trouw aan hun idealen.

De film neemt de tijd om de warme vriendschap tussen de drie mannen en drie vrouwen te laten zien. Susi die een stout verjaardagscadeautje voor een van hen koopt, Rien en Martini die hun wekelijkse boodschappen doen in de supermarkt verderop. Vooral de markante Martini, door de anderen duidelijk gezien als een van de gangmakers, werkt op de lachspieren. Bijvoorbeeld als hij vloekend door de supermarkt loopt omdat ‘ie niks kan lezen. Door korte observaties roept de film ook vertedering over de andere personages op.

Pragmatisch

Scheepskok Rien leeft bijvoorbeeld van de eigengemaakte jam. We zien hoe hij de glazen potjes uit de glasbak vist en ze zorgvuldig uitkookt. Later volgt een shot van een eenzaam tafeltje aan de weg met de potjes jam en een geldbakje. “Misschien denkt het publiek in het begin: wat een hippies, wat een clichés”, lacht hij. “Maar hopelijk zien mensen dat we toch heel veel bereikt hebben. En wat ik heel belangrijk vind: we zijn gewone, middleclass mensen die er met zijn allen voor zijn gegaan. We leefden onder heel primitieve omstandigheden op een lekkende, oude boot. Toch hebben we wat kunnen betekenen. Iedereen kan het doen. Idealisme brengt je heel ver.”

Af en toe pragmatisch zijn is daarbij wel handig, want de motor werd aanvankelijk ingesmeerd met walvisvet (terwijl ze veel acties tegen walvisvangst deden) en liep op benzine van Shell of Exxon Mobil. “Het gaat er om dat je misschien wat mensen bereikt die hun kop uit het zand steken en gaan nadenken.”

Kopenhagen

Dat Rien voor de première naar Nederland is gekomen, kwam hem op luid protest van Susi te staan, een groot tegenstand er van vliegen. Hij zit op hete kolen want zijn pruimen en perziken vallen een maand te vroeg van de bomen. “Climate change! Die verrekte seizoenen zijn aan het veranderen.” Hij gaat de pitten straks stiekem naar een groot stuk natuurreservaat voor zijn huis gooien. Met wat anderen heeft hij het net herbost met inheemse bomen. “Er stonden eerst uit Amerika geïmporteerde genetisch gemanipuleerde pijnbomen. Aan de rand van dat nieuw geplante bos kunnen best wat ‘wilde’ fruitbomen staan.”

Hij is nog steeds activist in hart en nieren. Zijn bezoek aan Nederland kon hij mooi combineren met een tocht naar Kopenhagen, waar hij voor een geheim Greenpeace-kamp van tachtig man heeft gekookt. Het was de groep die bij het galadiner van de Deense koningin wist binnen te dringen.

“Een andere actie is niet gelukt, door de overweldigende politiemacht; we wilden de Boeing van Obama tegenhouden omdat er nog geen verdrag was.” De betrokkenen kwamen gedesillusioneerd en boos terug. Toen stapte hij in zijn rol van “kampmoeder” om te zorgen dat iedereen weer positief en strijdlustig werd. Ook op de Greenpeace-boten kwam iedereen bij hem uithuilen.

Positief blijven is zijn inspirerende devies. “Natuurlijk ben ik kwaad over het klimaat, natuurlijk loop ik me erover op te winden. Maar het leven is veel te leuk! We kunnen best serieus bezig zijn, maar moeten tussendoor wel lol kunnen hebben en genieten van moedertje natuur.”

Hier is deze prachtige film te zien.

Naar boven