Skaformatie Rude & Visser over Redrum

Murder! is Jamaicaans slang voor te gek, dat is goed! Draai het woord om en er staat: redrum. Skaformatie Rude & Visser, voorheen Mr. Review, verwijst met hun eerste EP, Red Rum, naar Stanley Kubrick’s bloedstollende film The Shining. Docta Rude legt uit waarom.

Docta Rude loopt al een tijdje mee in het skawereldje. Oude getrouwen kennen hem als de zanger van het roemruchte Mr. Review en ook wel als ‘de dokter met de kilt en de stok’. Hij en Arne Visser vormden de kern van Mr. Review en zijn sinds 2001 actief als Rude & Visser.

Zijn bijnaam stamt nog van het eerste Mr. Review-album. ‘Het is afkomstig van de rude boys uit de skascene, maar ook een beetje van Dr. Ruth, die kleine Oostenrijkse seksuoloog die een jaar of twintig geleden op televisie was. Ik vergat wel eens dingen, dan zeiden ze: de professor of de dokter is weer bezig.’ Daarmee houdt hij privé- en muzikantenleven keurig gescheiden.

Jamaica is een overduidelijke inspiratiebron. Op de hoes van Red Rum, gebaseerd op het label van Bacardi – tenslotte ook rum – prijken de woorden: casa fundada en Jamaica 1962. In dat jaar werd Jamaica onafhankelijk. Ook staat er: Kingston 1969. Rude: ‘Je ziet nog wel eens rude boys met T-shirts met de tekst: keep the spirit of 1969 alive. Dat was voor die eerste golf een heel belangrijk jaar. Eigenlijk is ska toen begonnen, met Desmond Dekker en zo.’

rude & visser wendy koops

Rude boys

Rude boys zijn het equivalent van onze nozems, legt hij uit. ‘Met de onafhankelijkheid kwamen er ook politieke onlusten. Er ontstonden allerlei bendes; de rude boys. Ze droegen hun haar steeds korter en scheerden zich uiteindelijk helemaal kaal: de skinheads. Hun cultuur is overgenomen door de blanke Engelsen. Jammer genoeg heeft de term skinhead sinds begin jaren tachtig een heel negatieve bijklank. De RTL-4 kijker denkt meteen aan een kale vago met rare runentekens en aan nazi’s. Maar veel mensen met bomberjacks en keurig gepoetste schoentjes hebben dat nog puur uit die tijd overgehouden en doen het alleen voor de muziek.’

De titel van hun EP, Red Rum, heeft ook te maken met rude boys. ‘Wat je veel terugziet, is hun adoratie van Stanley Kubrick. A Clockwork Orange is voor hun echt de cultfilm. Geweld werd daarin voor die tijd behoorlijk verheerlijkt en dat vonden ze natuurlijk heel stoer. Een andere Kubrick-film is The Shining. Op een gegeven moment maakt dat kleine jongetje zijn moeder wakker, want zijn vader, Jack Nicholson, wil de deur inbeuken of zo iets. Dat jongetje roept red rum, red rum. Dat staat ook op de deur geschreven en zijn moeder ziet in de spiegel dat er murder staat. Als het daarbij zou blijven was het niet leuk geweest, maar in Jamaicaans slang betekent murder zo iets als: yeah! Dat is goed! ’

Voortzetting

Mr. Review werd begin jaren tachtig opgericht en beleefde haar hoogtijdagen in grofweg de eerste helft van de jaren negentig, voornamelijk in het buitenland. ‘Een goede periode is dat geweest’, memoreert Rude. ‘We gingen echt van uitverkocht concert naar uitverkocht concert. Ze hebben ons zelfs eens met de hele band voor één optreden naar Spanje ingevlogen.’

In 1999 belanden ze op een dood punt. ‘Ik ging een half jaar naar het buitenland en een aantal leden speelde in Rude Rich and the High Notes. Het werd heel moeilijk om als ik terug kwam dezelfde groep bij elkaar te krijgen. Dus hebben we er na een optreden in Tagrijn en een toertje door Europa een einde aan gebreid.’

Maar zo gemakkelijk laat hun achterban hen niet gaan. ‘Mensen bleven bellen en ergens in 2001 begon het toch weer te jeuken. We bleven natuurlijk wel naar optredens gaan.’

Muzikaal is Rude & Visser een voortzetting van Mr. Review. ‘Als ik andere skabands hoor, dan is het altijd te herleiden naar iets: een bepaalde Jamaicaanse periode of de Two Tone-periode of meer de Amerikaanse ska. Ik durf rustig te zeggen dat als je bij ons direct een heel eigen stijl herkent.’

Wandelstok

Arne Visser is bij beide bands verantwoordelijk voor de nummers en de arrangementen. ‘Arne heeft een heel duidelijk beeld hoe een nummer moet klinken en hoe het tekstueel moet zijn. Daar kan ik wel van afwijken, maar dan is het zijn nummer niet meer. Dat doe ik dus bijna niet.’

Rude’s inbreng is vooral live. De kilt en zijn wandelstok zijn in de loop der tijd tot handelsmerk uitgegroeid. Tussen het publiek zitten er altijd wel een paar die zijn voorbeeld volgen. Rude: ‘Die kilt is gedeeltelijk om praktische redenen, want ik draag hem echt op zijn Schots natuurlijk. Lekker koel op het podium. En die Schotse clanruitjes zijn wel geaccepteerd in de skawereld. Je ziet ze aan de binnenkant van jasjes en er zijn ook broeken van.’

‘De wandelstok hebben we ooit eens in een kleedkamer gevonden en hij is me altijd achterna gereisd. Als dat ding ergens op het podium tegen de microfoonstandaard bleef staan, stuurde de zaal hem weer op.’ Mmm, had die hoofdpersoon van A Clockwork Orange niet ook een wandelstok? Rude grijnst breed en trekt met zijn wijsvinger zijn onderste ooglid naar beneden: ‘Got it. Zo grijpt het allemaal in elkaar.’

Naar boven