Rockin’ Park Luistertest met de hoveniers van het Goffert

Op 26 juni is het Nijmeegse Goffert Park het toneel van Rockin’ Park. Na afloop hebben hoveniers Piet Steeg (54), Emiel Gooyer (59) en Marcel Hendriks (37) hun handen vol aan het egaliseren van de grond en het zaaien van nieuw gras. Wat vinden zij van de geprogrammeerde bands?

REM – Losing My Religion

Hoofden knikken, lichamen wiegen. Er wordt zelfs meegezongen. ‘REM’, aldus een vastberaden Piet. Hij en Marcel hebben het allebei in hun platenkast staan. Ook Emiel vindt het ‘een lekker nummer’. Wat er zo goed aan is? Pff, lastig. ‘De deun en het ritme’, probeert Steeg. Hij krijgt de laatste muzikale ontwikkelingen mee via zijn kinderen van begin twintig. De zon schijnt, de mannen genieten van de werkonderbreking. Maar hebben een beetje aansporing nodig.

Sowieso verlaat geen onvertogen woord hun mond. Ook al begint de werkdag tijdens zo’n festival om een uur of vijf in plaats van om half acht, toch vinden ze het een leuke afwisseling. De schade aan het park is afhankelijk van het weer, vertelt Piet. ‘Als het drassig is, krijg je spoorvorming door die zware heftrucks. Het publiek loopt alles kapot. Dan ben je dagen bezig om het weer goed te krijgen.’ ‘Daartoe moet je nieuwe grond invullen en nieuw gras zaaien’, legt Marcel uit. Op plekken waar veel wordt gesprongen, zijn de plastic bekers volgens Emiel weggezakt in zand en modder. ‘Niet goed voor het gras.’

Jamie Cullum – Wind Cries Mary

Ingespannen gezichten. Maar een vraag stellen dan: is het nieuw of oud? ‘Dat weet ik niet’, peinst Piet. ‘Het klinkt oud, maar het is nieuw.’ De anderen kennen het niet. Piet weer: ‘Ik ken de naam van de artiest niet, maar wel de deun.’ Marcel: ‘O ja, nu ken ik het’. Beiden neuriën mee. ‘Het is een behoorlijk oud nummer, hè?’ ‘In een nieuw jasje’, vult Piet aan. Eindelijk klinkt het twijfelend: ‘Jimi Hendrix.’ Het is inderdaad een jazzy cover van een Hendrix-song, door Jamie Cullum. ‘Die naam ken ik wel’, knikt Piet. ‘Het is niet slecht’, gooit Emiel een duit in het zakje. ‘Als de muziek maar afwisselend is, vind ik het best.’ De radio is dus ideaal. Tijdens het werk luisteren de heren graag naar, hoe kan het ook anders, Arbeidsvitaminen.

Keane – Somewhere Only

Het duurt even voor dit aanslaat. Piet is de eerste die iets herkent. Als de zang begint, knikken ook de anderen. Emiel neuriet mee: ‘Da’s wel een mooi nummer.’ ‘Ech wel’, beaamt Marcel (ze hebben alle drie een Gelderse tongval). De bandnaam? Geen idee. Kopen zouden ze het niet, wel downloaden. Dat dat illegaal is, weten ze. Piet en Marcel gaan wel eens naar concerten. Nooit samen. ‘We zien elkaar op het werk en da’s genoeg’, lacht Marcel. ‘Zo zijn we altijd tegen elkaar bezig, hoor’, vergoelijkt hij direct.

Lenny Kravitz – Where Are We Running

‘Ja’, zeggen zowel Piet als Marcel. Alleen op de naam komen ze niet. ‘Het is toch goed hoor, prima’, vindt Emiel. De reacties zijn wat onderkoeld. Piet heeft Kravitz wel ergens op een verzamelplaat staan.

Interpol – Slow Hands

‘Heb ik wel eens gehoord, ja’, neuriet Emiel alweer mee. ‘Goed begin.’ Op de vraag of het zo’n liedje is wat in je hoofd blijft hangen, wordt ontkennend gereageerd. Dat blijkt bij andere nummers wel het geval. ‘Welke? Dat valt niet in de smaak, denk ik’, lacht Marcel. ‘Van de week was het Cliff Richard’, zegt Piet. ‘Dat is uit mijn tijd, dus dat zing ik mee, al ken ik niet alle woorden. Vooral dat refreintje van The Young Ones.’ ‘Woehoe’, zingen hij en Emiel in koor.

Queens of the Stone Age – Little Sister

‘Zegt me niets.’ ‘Het is een beetje hardrock, of niet?’, vraagt Emiel. Marcel houdt daar niet van, Piets zoon draait het graag als ‘ie doucht. ‘Dan moet ik wel meeluisteren.’ Vooral Piet houdt wel van wat gitaargeweld. Tijdens de fotosessie hadden ze het over ‘Fransje Bauer’, die ze graag mogen horen. In tegenstelling tot André Hazes, waar vooral Marcel een diepgrondige hekel aan heeft. Hoe zit het met liefdesliedjes? ‘Smartlappen, bedoel je?’, vraagt Piet. ‘Dat ligt aan de stemming.’ ‘Tussendoor vind ik dat leuk’, knikt Emiel. ‘We hebben een nieuwe radiozender, Gelders geluid, met allemaal Hollandse muziek. Als ik dat de hele dag hoor, word ik er niet goed van. Af en toe Duitse muziek vind ik ook wel wat.’ De anderen lachen: ‘Ja, Emiel is helemaal in de schlager.’

Nine Inch Nails – Closer (live-versie)

‘Deze muziek bevalt me goed’, knikt Piet. ‘Een beetje de deun van Herman Brood.’ Wat hij van Brood vindt? ‘Wel apart’ ‘Hij kon goed schilderen’, grapt Marcel. Dit vindt hij niks. ‘Het zal live vast erg hard zijn. Het is tegenwoordig allemaal zo heftig. Het lijkt wel of het steeds harder wordt allemaal.’ Piet: ‘Nou, vroeger stond het ook hard.’ Emiel: ‘Dat is ook niet goed voor je oren.’

Mars Volta – The Widow

‘Dit vind ik niet mooi’, zegt Emiel. ‘Veel te traag.’ Marcel serveert de Volta’s af met een laatdunkend: ‘Een hoop geschreeuw’. Piet geeft ze nog het voordeel van de twijfel: ‘Aan house moest ik in het begin ook erg wennen.’

Ozark Henry – Indian Summer

‘Lekker op de bank zitten met de vrouw en die muziek echt uitluisteren’, zegt Piet verlekkerd. Ze hebben er nooit van gehoord, maar zijn duidelijk geïnteresseerd. ‘Staat dit op cd?’, wil Emiel weten. ‘Hier ben ik live ook wel benieuwd naar’, mijmert Marcel. ‘Muziek voor alledag en muziek voor iedereen’, besluit Piet.

En heren, wordt het een goed festival? ‘Komen al die bands hier?’, vraagt Emiel. De opzet van deze luistertest is blijkbaar aan hem voorbijgegaan. De eerste paar nummers en de afsluiter zijn voor alle drie aanleiding om de baas, die wat toegangskaarten voor Rockin’ Park te verdelen heeft, toch maar aan zijn mouw trekken voor een kaartje.

Naar boven