‘Wéér diezelfde dood in!’

De onder haar eigen naam opererende Hanneke de Jong vertaalt in Shakespearience oud-Engelse citaten van Shakespeare naar muziek en beeld. Uitgangspunt was de schoonheid van zijn woorden. Ook Giselle Vegter en De Noorderlingen stellen de tekst centraal in hun uitvoering van Julius Caesar. Als de zinnen door het metrum gaan golven, weet je: ‘Dit gaat over iets hogers’.

Hanneke de Jong had het gevoel zich te moeten verontschuldigen: wéér iemand die met Shakespeare aan de slag ging. Maar zijn originele oud-Engels fascineerde haar zo dat ze flarden daarvan gebruikte om zeven liedjes te schrijven. ‘Als ik het al zo voel, hoe zou het dan voor die personages zijn vast te zitten in zo’n rol. Wéér diezelfde dood in!’, vroeg ze zich af. Zo kwam ze op het idee een meisje te spelen dat medelijden heeft met een aantal Shakespeare-personages en probeert ze te bevrijden. Al is dat tevergeefs. De regel die de kern van haar stuk het mooist samenvat is voor haar: ‘To soften stones’.

Moordenaars

Grappig genoeg zit in Julius Caesar van De Noorderlingen een zin die naar Hannekes uitgangspunt verwijst. Shakespeare laat Caesars moordenaars net na hun daad over de toekomst mijmeren. Regisseur Giselle Vegter lepelt het citaat moeiteloos op: ‘Over hoeveel eeuwen zal deze moord nog worden nagespeeld, in ongeboren landen en talen die nog niemand kent?’

Voor Giselle gaat dit stuk niet zozeer over de moord, maar meer over de innerlijke strijd van een van de samenzweerders: Brutus. Al is de heerser zijn vriend, hij ziet dat deze mogelijk een tiran wordt. ‘Hij redeneert zichzelf eruit: als ik rechtvaardigheid en vrijheid voor deze wereld wil, moet ik Caesar doden. Dan zit je meteen bij Bush en Saddam Hoessein. Er wordt nu geroepen over vrijheid, democratie en een schone wereld, maar degenen die daaraan werken, maken vuile handen. Net als Brutus. Zijn idealisme vind ik mooi en herkenbaar.’

De valkuil van deze tijd is voor haar dat er niet wordt stilgestaan bij wat er precies aan de hand is, en iedereen elkaar meesleurt. ‘Dit stuk laat mij weer ervaren dat de wereld een grote bak aan bewegende krachten is, waarin je wel mee moet. Een tekstje uit de jaren twintig over Julius Caesar verwoordt mijn gevoel daarover goed: als iemand zijn ideaal voor zich ziet zonder daarin het kwaad van zichzelf te zien, dan wordt het een leugen. Wel een mooie leugen.’

Controle kwijt

Ze herkent Hannekes uitgangspunt: ook haar personages zitten vast. Ze laten zich meevoeren in de stroom en raken de controle kwijt. Dat de acteurs van vooropleiding en productiehuis De Noorderlingen nog maar achttien of negentien zijn, voegt een extra dimensie toe. ‘Jongeren zijn toch meer onbevangen.’

Ze wil weten wat Shakespearience voor Hanneke inhoudt. Die legt uit: ‘Het meisje dat ik speel, graaft letterlijk de letters Shakespearience op, alsof ze de personages uit Shakespeare’s stukken opgraaft. Ze gebruikt die letters om andere woorden te vormen, of gaandeweg te ontdekken. Ze bedenkt haar eigen personages, zoals Mrs Romeo.’ Via die letters ontstaat een dialoog met haar muzikant, Dirk-Peter Koelsch, die haar als Romeo antwoordt. Zelf ziet ze hem steeds net niet. Zo dwaalt ze gaandeweg van het ene naar het andere personage.

Het stuk is opgebouwd uit zeven liedjes, voor ieder personage één. ‘Voor allemaal heb ik een apart kostuumonderdeel, een soort prothese die wordt opgeplakt en bijna werkt als een handicap. Ik vond het goed dat de personages niet alleen vastzitten in hun rol maar ook in hun kostuum.’ De videoprojecties van Jonas de Witte zorgen voor verdieping. ‘Desdemona wordt bijvoorbeeld heel klein geprojecteerd op haar jurk die aan een waslijn hangt, alsof die letterlijk niet meer past. Zo ontstaat het Droste-effect: soms denk je dat je ergens aan ontsnapt en iets nieuws doet, en dan kom je weer in precies hetzelfde terecht. Je kunt uiteindelijk niet ontsnappen aan hoe je dingen doet.’

Burgeroorlog

Waar Hanneke vasthoudt aan het strakke metrum om daarmee te benadrukken dat de personages vastzitten, heeft Koen Jantzen, artistiek leider van De Noorderlingen de teksten van een twaalfvoetig metrum naar een achtvoetig metrum teruggebracht. Giselle: ‘De dialogen bleven heel lang massief, het is altijd een zoektocht om ze natuurlijk te krijgen. Nu het de acteurs gelukt is, golven de dialogen. Dan merk je: dit gaat over iets groters. Het gaat zichzelf overstijgen, terwijl je tegelijk heel aards kunt spelen.’

Vandaar ook dat ze niet de behoefte voelde iets nieuws toe te voegen. ‘Er zitten zo veel lagen in de tekst dat je het vanzelf naar je toe haalt als je ermee gaat werken. Dat het een kunsttaal is, vind ik zo uitdagend. Het zijn niet echt personages, al hebben ze wel die vorm. Ze staan voor een identiteit of een strijd van iemand. Hoe vaker je die partituur leest, hoe meer je denkt: dit zijn bijna een soort raadsels over het leven.’ De zin die voor haar de kern van het stuk samenvat: ‘Tussen het plegen van de daad en de eerste gedachte is een helse nacht, een nachtmerrie waarin lichaam en brein met elkaar in burgeroorlog zijn.’

 

Naar boven