That Dam!: onafhankelijk platenlabel en magazine

‘Als we de middelen hebben, brengen we uit wat we willen, wanneer we dat willen’, meldt de website van That Dam! over de platenmaatschappij. Het magazine komt wel regelmatig uit; iedere twee maanden, maar is inhoudelijk even ondogmatisch. De titel van het nulnummer, ‘This is not a Music Magazine’ wordt op de 1e pagina meteen weer ontkracht met de opmerking ‘maar ook weer wel’. Een interview met de twee lekker eigenzinnige oprichters.

Achter het onafhankelijke platenlabel annex magazine That Dam! gaan de twee vrienden Bas Jacobs en Bas Morsch schuil. Beiden hebben hun sporen verdiend. Jacobs was het enige mannelijke bandlid in het kort geleden ter ziele gegane Seedling en staat regelmatig op de planken met het gefreakte Pfaff. Daarnaast is hij leraar. Morsch was jarenlang frontman van het Amsterdamse trio Sal en is grafisch vormgever – vandaar dat de website en de gedrukte uitingen er zo goed uit zien. Niet dat That Dam! Magazine een glossy is, het blad is zelfs vrij sober, maar het is wel strak en herkenbaar – in dezelfde lijn als de site.

Hoe voortvarend de twee het ook aanpakken – de catalogus groeit gestaag, de negende editie (issue 8) van That Dam! Magazine is in de maak, ze stonden onlangs op Crossing Border – ze waken er voor om grote woorden opgeplakt te krijgen. Laat staan pretenties. Bands onder de aandacht brengen? De underground voor het voetlicht brengen (de Volkskrant noemde That Dam! Magazine een undergroundblad)? Ze willen er niets van weten.

Alle kanten op

‘Wat is underground?’, vraagt Morsch zich terecht af. ‘Dat is ook weer zo’n gek woord.’ ‘Het is meer een typering voor jezelf, dat je toch een soort vastigheid hebt’, vult zijn naamgenoot aan. ‘En een hokje waar anderen misschien behoefte aan hebben.’ Jacobs ziet direct de beperking ervan: ‘Je noemt iets underground, maar wil ook Spinvis in je blad hebben of anderen die niets met underground te maken hebben. Ik bedoel, Spinvis is zelfs bij bouwvakkers bekend.’

Eigenlijk is That Dam! geboren vanuit de behoefte om wat te doen, vertelt Morsch. ‘We hadden geen vooropgezet plan.’ Dat betekent niet dat ze niet weten waar ze mee bezig zijn. ‘De bladen komen voort uit gedachten en weloverwogen keuzes, maar we zijn flexibel; het kan nog elke kant opgaan.’ Zij tweeën vormen de redactie. ‘Wij bedenken de basis van elk nummer en halen er mensen bij die de stukken aanleveren en de beelden er bij bedenken’, vervolgt Morsch. ‘Daar heb je geen veelkoppige redactie voor nodig.’

De kring van potentiële schrijvers beperkt zich niet tot mensen die ze uit de kroeg of het bandjescircuit kennen. ‘Je moet ook brutaal zijn en iedereen durven vragen, iedereen kan in principe schrijven voor het blad’, vindt Jacobs. Liefst is het ook mooi opgeschreven, maar in de eerste plaats moet het inhoudelijk de moeite waard zijn. ‘We hebben niet echt de tijd om zelf stukken te herschrijven en voorstellen te doen. Het gebeurt heel af en toe. Ergens is het ook wel weer leuk dat er verschillende dingen in het blad staan. Soms had ik een stuk liever niet geplaatst en hoor ik van anderen dat ze dat juist het leukste artikel van het blad vonden. Wij zijn ook maar twee mensen met twee meningen.’

That Dam!Speeltuin

De oplage van het magazine is duizend exemplaren, wat voor de edities met gratis cd te weinig is gebleken. Vier euro voor een blad met cd is natuurlijk ook een lachertje. Na twee compilaties is er ook een heus album bijgevoegd, Ultralite van Sykosonics. Verwordt het magazine hiermee tot een promotiemiddel? ‘Het helpt elkaar wel, maar het is niet het oorspronkelijke idee. We hebben er voor gekozen om het samen uit te brengen, maar er staat verder niks over de Sykosonic in het blad’, aldus Morsch. Jacobs: ‘Dat is het blad Linda. dat de film waarin Linda speelt promoot. Of Jaap Boots die bovenaan de lijstjes van alle medewerkers van de VPRO staat. Dat is volgens mij ook een reactie op die Linda-toestand. Hoop ik maar.’ Geen promotie dus.

Het kan zo goedkoop blijven doordat iedereen belangeloos meewerkt, ook zijzelf. Ze steken allebei zo’n twintig uur per week in de onderneming. Wat krijgen ze er eigenlijk voor terug? ‘Een blad dat je helemaal zelf hebt bepaald. Voor mij is het bijna een speeltuin, ook qua ontwerpen. Het is ook fijn dat er op gereageerd wordt en er iets ontstaat. Dat bands, ontwerpers en schrijvers gezien worden’, begint Morsch. ‘In die zin is het wel promotie, alleen investeer je geen geld, maar tijd en energie’, vult Jacobs aan. ‘Maar we zeggen niet: iemand is geweldig, op die manier promoten we niet. We zetten het er gewoon in’, nuanceert Morsch.

Crossing Border

‘Wat ik heel grappig vind, is dat je blijkbaar met zo’n blad op Crossing Border terecht kunt komen, terwijl je daar als band niet zo gauw komt te staan. Het is dus veel breder dan alleen die pagina’s.’ Inderdaad, want That Dam! organiseert ook nog de zo aardige Krawattenclub, een avondvullend programma met bands, film, poëzie en stand-up comedy.

Hier blijkt toch even iets van een missie te leven als Jacobs vertelt dat hij Gone Bald probeert te introduceren bij een ander publiek. ‘Als men het niets vindt, is het ook niet erg. Het is maar een klein gedeelte van de avond.’ Ook baalt hij dat het door hun uitgebrachte Dress niet beter is opgepikt, terwijl hij gelooft dat meer mensen het leuk zouden vinden. ‘Daar moeten we dus harder aan werken.’

Naar boven