‘Wie zit er in dat ijsbeerpak?’

‘Hoe beweegt die zeehond?’ ‘Wie zit er in dat ijsbeerpak?’ ‘Hoe maken jullie die sneeuw?’ Nadat Vis à Vis een groep leerlingen van de Margietschool het begin van Groenland heeft voorgespeeld, wordt het gezelschap door een vragenvuur bestookt.

De opmerkzaamheid van de kinderen is bewonderenswaardig: ‘Kijk, er zit echt water onder’, fluisteren ze meteen als een eskimo een gat in het ijs zaagt om te vissen, nog voor deze in gevecht raakt met een vis en het water alle kanten opspat. Als wordt verteld dat de westerling die een huisje op Groenland heeft gekocht ook een koelkast heeft meegebracht, roept een slimmerik direct: ‘Die heb je daar toch niet nodig!’

De man van het huisje wordt gespeeld door Marinus Vroom. Hij weet dat het ijs gaat smelten en het prachtig groen wordt. Nu is de grond nog goedkoop, maar dat gaat ongetwijfeld veranderen. Cool, vindt het jonge publiek zijn golfsokken. Hij gaat ze leren te doen alsof het koud is. Ze zaten al onder de schuimvlokken uit de sneeuwmachines, maar nu ze al bibberend op het toneel staan worden ze ermee bedolven. Ze kunnen er geen genoeg van krijgen, al snel ontdekken ze dat het met schuim bedekte plastic net zo goed glijdt als ijs.

Illusie

Na deze kleine acteerworkshop ontdekken de kinderen de simpele middelen achter de illusie. Opvallend veel hangt van touwtjes aan elkaar, dat kan tenslotte tegen ieder weerstype en gaat niet zo gauw kapot. De buiten zicht blijvende honden die de slee naar boven trekken bestaan uit een geluidstape en een technicus die aan een touw trekt. ‘Is het zwaar als er iemand opzit?’, vraagt een kind in de hoop dat de scholieren een glijtochtje mogen maken. Maar helaas, het is te zwaar.

Dan is er nog een kennismaking met het loopen van geluiden. Muzikant Erik Hofland (bekend als Dyzack) bouwt laag voor laag zijn score op door er een loop van te maken. Zo wordt een stukje beatboxen van een durfal steeds herhaalt. Hierdoor ontstaat er een ritme waar de leerlingen overheen kunnen zingen.

Dit uitstapje is onderdeel van de behoefte van Oerol om de eilanders en met name de kinderen bij het festival te betrekken, vertelt coördinator Sjoeke-Marije Wallendaal. ‘We sturen leerlingen van de scholen naar kindervoorstellingen van Arling & Arling en Gnaffel. Ook gaan ze naar Zomersprookjes van SLEM, al hebben ze daar wat meer problemen mee. Maar het is goed ze met dingen te confronteren die ze niet direct kunnen plaatsen.’ Daarnaast hebben de kids ook het voorrecht achter de schermen te mogen kijken. Menig volwassene zal ze benijden.

 

Elders schreef ik het volgende over Groenland:

Vis à Vis maakt naast spectaculair en humoristisch ook poëtisch theater. Voorstellingen over de impact van auto’s op mensen of de opwarming van de aarde: allemaal maatschappelijke thema’s teruggebracht tot de kleinmenselijke schaal. Graag relativeren zij de “verworvenheden” van de huidige beschaving.

In 1996 maakte Vis à Vis Drift over de dreigende overstromingen. ‘In die tijd hoorde je de wonderlijke reactie van mensen dat het stijgende water geen probleem was; zij woonden toch tweehoog’, lacht artistiek leider Arjen Anker. ‘Die optimistische, soms cynische naieviteit van mensen is een heerlijk thema dat goed samengaat met de klimaatproblematiek.’

Spekkopers

In het op Oerol debuterende Groenland ziet een groep spekkopers niets in versoberende maatregelen, maar ziet de zonnige kant: land op Groenland is nu goedkoop en als het ijs is gesmolten is het daar fijn toeven. In een abstract sneeuw- en ijslandschap van plastic (echt ijs zou al te cynische energieverspilling zijn) wordt het groepje schaars geklede westerlingen uitgelachen door een eskimo. Als de grote dooi uiteindelijk intreedt, stort zijn wereld in. Hij had hierop niet geanticipeerd.

Met moralisme heeft dit niets van doen. ‘In ieder mens schuilt ook iets slechts: hij vangt zeehondjes. Hij is wél het minst schuldig aan deze situatie.’ Wat niet zozeer hun boodschap is. ‘We willen mensen aan het denken zetten vanuit een onverwachte, onverdachte hoek.’

Naar boven