Vlees, de heilige koe in het klimaatdebat

Minder vlees en zuivel eten is onvermijdelijk als we klimaatverandering willen stoppen. Toch was dit geen onderhandelingspunt op de klimaattop in Parijs. Doet de milieubeweging wel genoeg om dit onderwerp te agenderen?

Sinds kort zingt er een nieuwe term rond in foodieland: ‘klimatariër’. Het is een eetpatroon voor mensen die inzien dat klimaatverandering op hun bord ligt, maar vlees en zuivel niet volledig willen afzweren. Speerpunten zijn: eet weinig vlees en kies bewust, eet lokaal, verspil niets en koop onbewerkte en onverpakte producten. Met bewust wordt bedoeld: áls je vlees eet, kies dan voor kip of varken in plaats van rund of lam, bij die laatste twee komen immers de meeste broeikasgassen vrij.

Vlees en zuivel slecht voor het klimaat? Voor veel mensen is dat nieuw. Tijdens de klimaatonderhandelingen in Parijs ging het er niet over. Klimaatcampagnes van milieuorganisaties gaan er ook niet over, die gaan vooral over energie. Toch, op dit moment stoot de veehouderij al net zoveel broeikasgassen uit als de transportsector, bijna 15 procent van het totaal.

De gerenommeerde Britse denktank Chatham House verwacht bovendien dat de vleesconsumptie tegen 2050 met 76 procent is gestegen. Dat betekent heel veel extra uitstoot. Als we de tweegradendoelstelling willen halen, moeten we echt overstappen naar een meer plantaardig menu, stelden zij kort voor de top in een rapport. Waarom gaat het daar op zo’n klimaattop dan niet over, vraag je je af. Doet de milieubeweging wel genoeg om de gevolgen van vlees en zuivel op de kaart te zetten?

Relatief nieuw

Dierenwelzijnsorganisatie Compassion in World Farming onderzocht voor de top de klimaatplannen die deelnemende landen hadden ingeleverd als basis voor de onderhandelingen. In een blog wees directeur Geert Laugs erop dat niet één ervan vermindering van de productie en consumptie van vlees en zuivel voorstelde. Toch is hij mild: “Blijkbaar is het te vroeg; zo lang is de grootte van dit probleem nog helemaal niet bekend.”

Pas in 2006 met het verschijnen van Livestock’s Long Shadow van de FAO (Food and Agriculture Organization of the United Nations) werd écht duidelijk hoe enorm die voetafdruk is. “Wat dat dan precies betekende voor de opwarming van de Aarde moest nog doorgerekend worden. Dat vlees en zuivel minderen cruciaal is, weten we eigenlijk pas kort.”

Wat ook meespeelt is dat de klimaatonderhandelingen vooral gaan over nationale broeikasgasuitstoot, terwijl de impact van de veehouderij zich uitstrekt over verschillende landen, denkt Kees Kodde, programmaleider Landbouw en Voedsel bij Greenpeace Nederland. “De uitstoot van ontbossing voor veevoer wordt bijvoorbeeld toegerekend aan het land waarin die ontbossing plaatsvindt, niet aan het land waar de consumptie plaatsvindt.”

De Partij voor de Dieren (PvdD), al sinds het begin een voorloper in deze discussie, vond dat Nederland tijdens de top aandacht moest vragen hiervoor, maar hun moties kregen nauwelijks steun. Enkele andere landen brachten wel in dat ze de broeikasgasuitstoot van landbouw wilden beperken, via slimmere productiemethoden en beter management. Dáárover zei Rutte volgens PvdD-fractievoorzitter Marianne Thieme wél in Parijs dat Nederland kampioen is in het oplossingen bedenken voor landbouwproblemen. “Daarmee verwijst hij naar climate smart agriculture”, lacht ze. “In feite gewoon megastallen met zonnepanelen erop en luchtwassers. Een mooi voorbeeld van hoe men met klimaat bezig is: een groen sausje eroverheen en de inhoud zelf niet wijzigen.”

Persoonlijk

“Niet alleen politici, maar ook sommige ngo’s bekijken klimaatverandering liever als technisch probleem dat door ánderen moet worden opgelost”, valt Floris de Graad, directeur van de Vegetariërsbond op. “Ze bedenken liever een slimmigheidje dan te zeggen: u moet uw gedrag veranderen. Bij vlees komt het toch al snel dichtbij de persoonlijke levenssfeer en moeten mensen zelf in actie komen. Daar krijg je veel minder gemakkelijk de handen voor op elkaar. Daardoor is het al zo lang een blinde vlek.”

“Wij krijgen vaak boze reacties op onze campagnes tegen kiloknallers”, zegt Hanneke van Ormondt, woordvoerder van Wakker Dier. “’Blijf van ons goedkope vlees af, daar hebben wij recht op.’” Wakker Dier richt zich via namen and shamen op de supermarkten die stunten met kiloknallers en plofkippen. “Nu gaat 80 procent van de aanbiedingen over keurmerkloos vlees”, legt Van Ormondt uit. “Daardoor krijgt beter vlees geen kans, mensen denken dat het normaal is dat vlees zo goedkoop is. We denken echt dat als vlees duurder wordt, de dieren het niet alleen wat beter krijgen maar er ook minder dieren worden gegeten.”

Boze burgers

vlees klimaatveranderingConsumentenvoorlichting is volgens haar een lange weg. “Consumenten moeten een boodschap ontzettend vaak horen voor ze hun gedrag gaan veranderen.” Nee, het moet altijd eerst van de markt komen, daarin gelooft ze heilig. De overheid hobbelt er maar een beetje achteraan. Mede uit angst voor boze burgers.

Zelfs partijen als Wakker Dier en de Partij voor de Dieren hebben het over mínder vlees, niet over stoppen. “En terecht”, vindt de Vegetariërsbond. “Als je dingen gaat verbieden gaan mensen in de weerstand. Als vegetariër wil ik ook dat mijn gevoelens en keuze gerespecteerd worden, dat is voor vleeseters niet anders.”

Je kunt je afvragen of mensen zo boos worden omdat ze nog niet genoeg door hebben hoe groot die voetafdruk van hun lapje vlees is. Laat de milieubeweging daar niet iets liggen? Ja, denken De Graad en Van Ormondt. Alleen hebben zij allebei hun eigen doelstelling, dus ligt de bal toch meer bij anderen. Hanneke van Ormondt: “We roepen het klimaat wel links en rechts, vooral op social media en soms in persberichten. Maar Wakker Dier is natuurlijk een dierenwelzijnsorganisatie.” Organisaties zoals Greenpeace zouden volgens haar meer kunnen doen.

Complot?

Creative commons, Hannu Salama

De spraakmakende documentaire Cowspiracy: The Sustainability Secret (te zien via Netflix) stelt zelfs dat milieuorganisaties zoals Greenpeace dit onderwerp bewust vermijden. Uit vrees dat donateurs zullen weglopen, angst voor het ‘vleescomplex’ en zelfs financiële afhankelijkheid ervan. De maker kon zijn complottheorie mede opbouwen doordat Greenpeace Amerika stelselmatig weigerde mee te werken. “Dat was natuurlijk enorm dom”, beaamt Kees Kodde die voor Greenpeace Nederland werkt. “Zeker omdat de filmmaker stelt dat organisaties er te weinig op wijzen dat de oceanen worden leeggevist. We voeren daar juist heel actief campagne tegen. Maar er zit best wat in dat natuur- en milieuclubs het lastig vinden om van donateurs te vragen minder vlees te eten. Hoewel meer in de VS dan hier.”

Greenpeace heeft volgens Kodde veel gedaan tegen de ontbossing in Brazilië veroorzaakt door de veehouderij en de soja-industrie. “We doen minder aan de veehouderij in Nederland, mede doordat Milieudefensie en Natuur en Milieu heel druk bezig zijn met die vee-industrie. Je wilt elkaar altijd aanvullen. Wij hebben ons de laatste jaren meer ingezet voor de bijen en pesticiden. Maar er wordt intern wel gediscussieerd of we niet meer tegen de vee-industrie moeten doen. Het kan goed zijn dat we daar actiever mee aan de slag gaan. Bij onze ‘Beste Mark’-campagne voor de klimaattop, met boodschappen aan Rutte, hebben we minder vlees daar al wel ingefietst.”

Vleestaks

Met het Stop Fout Vlees-burgerinitiatief zei Milieudefensie al in 2007 klip en klaar dat de vleesconsumptie naar beneden moet en de prijs van vlees omhoog. En pleitte dan ook voor een vleestaks. De meeste organisaties vinden dat nog steeds de beste oplossing en steunen het plan, de Tweede Kamer echter niet. “Net als de auto is vlees toch een heilige koe”, zegt Kodde, nu van Greenpeace maar toen directeur Campagnes bij Milieudefensie. “Zo’n vleestaks is een beetje het kwartje van Kok: typisch zo’n onderwerp waar de Telegraaf helemaal op losgaat. Daar schrikken partijen als SP en PvdA toch voor terug. Dat valt me erg van ze tegen.”

Wouter van Eck, destijds campagneleider van Stop Fout Vlees: “Er is een verschil tussen wat de samenleving wel degelijk wil, namelijk een meer humane, duurzame veehouderij, en de belangen van de gevestigde vee-industrie, de agri-business en de supermarkten. Die houden samen dit systeem draaiende en splitsen mensen de kiloknaller bijna letterlijk in de maag. Terwijl die burger juist hoopt dat de politiek regelt dat er geen misstanden in die vee-industrie bestaan.” De economische belangen zijn dan ook te groot: 75 procent van wat de veehouderij produceert is voor de export.

De bijdrage van vlees aan klimaatverandering was niet het belangrijkste argument, maar speelde wel mee in het pleidooi voor een vleestaks; de externe kosten komen niet in de prijs terug en de vervuiler betaalt. In die tijd was klimaatverandering zelf nog nauwelijks tot de massa doorgedrongen; The Inconvenient Truth was net uit. Ook Al Gore liet de vee-industrie buiten beschouwing, wat de Partij voor de Dieren rechtzette in Meat the Truth. Marianne Thieme werd indertijd vanwege oneliners als ‘liever een vegetariër in een Hummer dan een vleeseter in een Prius’ voor gek verklaard. “De politiek was boos en er werd drie maanden lang onderzoek gedaan om te controleren of wat we zeiden wel klopte.” Dat deed het.

Een nieuwe norm

Er is sindsdien veel veranderd, vindt Thieme. “De bewustwording neemt toe, volgens onderzoek eet nog maar één vijfde van de Nederlanders dagelijks vlees. Die daling is echt een trend.” De tijd lijkt rijp om dit onderwerp meer te agenderen. “Al worden mensen nog steeds door de marketing van de vleesindustrie gebombardeerd met boodschappen dat kip heel gezond is of dat je af en toe vis moet eten.”

Voor een campagne als Kip het meest veelzijdige stukje vlees kreeg de pluimveesector subsidie van de Europese Unie. En de zuivelindustrie heeft een bijna in steen gehouwen profiel opgebouwd met slogans als Melk is goed voor elk en Melk, de witte motor. “Dierlijke producten eten is zo verweven met onze cultuur. Het is heel confronterend voor mensen dat daar allerlei nadelen aan kleven”, snapt ook Debby van Velzen van de Nederlandse Vereniging voor Veganisme (NVV). Met hun campagne Melk, je kan zonder!, voor een melkvrij leven, laten zij het echte verhaal achter die zuivelindustrie zien. “Het maakt voor een dier niet zoveel uit of hij het loodje moet leggen voor vlees, zuivel, eieren, voor wol of een ander dierlijk product. Melk van een ander zoogdier kan nooit onmisbaar zijn voor een mens. Toch zit melk nog steeds in de Schijf van Vijf.”

Flexitariër

vlees heilige koe klimaatdebatZowel de NVV als de Partij voor de Dieren kiezen ervoor een alomvattend verhaal te vertellen. “Als veganist kijk je niet alleen naar de impact op het milieu en de natuur, maar ook naar de impact op anderen”, legt Van Velzen uit. Dus op dieren, maar ook op mensen. “Hoe minder landbouwgrond er nodig is voor voedsel voor veedieren, hoe meer mensen kunnen eten. In een tijd waarin er nog steeds mensen sterven van de honger, is dat belangrijk. Ik denk dat er vaak wordt gedacht dat er wel iemand ingrijpt als het echt zo erg is. Ze vergeten daarbij dat ze zelf óók iemand zijn. Als je echt iets aan klimaatverandering wilt doen, en je ziet hoeveel impact dierlijke producten hebben, dan is veganisme een logische keuze. Een gemakkelijke manier om hiermee kennis te maken is door in april mee te doen aan onze VeganChallenge.”

Natuur en Milieu gelooft vooral in mínder vlees en zuivel. Zij redeneren: liever een groot aantal mensen dat kleine stappen zet dan een handjevol dat grote stappen zet. Zij voeren campagne met het Menu van Morgen en promoten flexitarisme. Sijas Akkerman, Hoofd Voedsel: “Als je zegt dat er heel veel vlees wordt gegeten, benoem je impliciet de norm. Mensen zijn niet zo gauw geneigd om daarvan af te wijken, we zijn toch kuddedieren. Wij benoemen dat 86 procent van de Nederlanders een of twee keer per week géén vlees eet.”

Vervolgens is het uitbreiden van die groep en het aantal vleesloze dagen het doel. “Aan zo’n campagne zit altijd een beleidsinhoudelijk verhaal vast, zoals een vleestaks, strengere normen in de melkveehouderij.” Als organisatie kun je volgens hem maar één boodschap uitzenden. Voor hen is dat: word flexitariër. Het zou goed zijn als anderen, zoals Milieudefensie, het vervuilende aspect van de vleesproductie blijven agenderen.

Structurele veranderingen

vlees klimaatdebatZowel Greenpeace als Milieudefensie richten zich vooral op bedrijfsleven en overheidsbeleid om tot meer structurele veranderingen te komen, en niet op de consument. Kodde: “Je probeert altijd campagne te voeren op de oorzaken. Als vlees zo goedkoop in supermarkten ligt, is het voor burgers lastig om anders te kiezen. Dus richt je je bijvoorbeeld op overheidsbeleid om de externe kosten beter terug te laten komen in de prijs.”

“Wij agenderen het probleem zeker, alleen: hoe ga je dat oplossen en waar focus je je op”, zegt Jacomijn Pluimers Campagneleider Duurzaam Voedsel bij Milieudefensie. “Op dit moment richten we ons vooral op de ontbossing, een gigantisch probleem dat ons allemaal raakt. Wij willen dat de soja-import uit Zuid-Amerika voor Nederlands veevoer stopt. Nederlandse boeren moeten regionaal veevoer gebruiken om ontbossing tegen te gaan. We hebben al Nederlandse boeren die dit doen. Zij laten zien dat er een alternatief is voor importsoja en vragen bedrijven en overheid om beleid te maken dat bijdraagt aan de overstap naar regionaal veevoer. De balans moet terug, dus geen gesleep met soja over de hele wereld, maar een krimp van de veestapel en minder consumptie van vlees en zuivel.”

Meer zeggenschap

Marianne Thieme wijst op berekeningen waaruit blijkt dat er met meer biologisch, zelfvoorzienend en regionaal telen een enorme klimaatwinst en ook een goed verdienmodel voor boeren mogelijk is. “Juist het huidige beleid leidt ertoe dat er in Nederland dagelijks vijf boeren failliet gaan omdat het een race to the bottom is.”

Pluimers heeft hoop. “Twintig jaar geleden wisten tegenstanders van fossiele energie ook niet hoe de wereld eruit moest komen te zien. Nu zijn burgers bezig met hun eigen windmolens en zonnepanelen. Het is nu aan de boeren en burgers om meer zeggenschap te krijgen over ons voedselsysteem. Er zijn al veel initiatieven. Die zijn nog kleinschalig en hebben nog niet de invloed die je bij duurzame energie ziet. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat we gaan veranderen. De wal keert het schip.”

Naar boven