Bert Teunissen: ‘Dit is waar we vandaan komen’

Het beeldarchief Domestic Landscapes is het resultaat van tien jaar lang speuren naar plekken waar de tijd geen vat op heeft gehad. Fotograaf Bert Teunissen (1959) wil naast het karakteristieke licht in vooroorlogse huizen ook een manier van leven en wonen vastleggen die in hoog tempo aan het verdwijnen is. ‘De mens raakt steeds verder verwijderd van zijn oorsprong.’

Natuurlijk licht. Dat is het sleutelwoord voor de ruim 300 foto’s waaruit Domestic Landscapes vooralsnog bestaat. Aanvankelijk was fotograaf Bert Teunissen zich daar niet eens zo van bewust, dat kwam pas toen zijn werk door Amerikaanse critici werd vergeleken met dat van Vermeer en Pieter de Hoogh. Hij realiseerde zich dat hij inderdaad steeds de interieurs uitzocht waar het licht een duidelijke richting heeft, zoals in vooroorlogse huizen gewoon was.

‘Het is honderden jaren zo geweest dat de architectuur van een huis werd bepaald door het daglicht’, weet Teunissen. ‘Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het stramien van bouwen: de huizen kregen meer ramen en daardoor komt het licht daar van alle kanten.’

‘Mooie kamer’

Eigenlijk verzamelt Teunissen interieurs waar atmosfeer, inrichting en levensritme nog door dat natuurlijke licht bepaald worden. Tegelijk is hij gefascineerd door huizen die al lange tijd door dezelfde mensen worden bewoond. Huizen die langzaam zijn ontstaan, zijn gegroeid. Waar aan alle voorwerpen een verhaal kleeft, waar je de levensgeschiedenissen van de muren afleest. Op dit soort plekken, waarbij het woord “thuis” op zijn plaats lijkt, probeert hij het huiselijk leven van alledag te betrappen.

Het gaat hem nadrukkelijk om de authenticiteit van de plek en de eenheid daarvan met de mensen die er wonen. Zonder uitzondering fotografeert hij dan ook mensen in hun “natuurlijke habitat”. Teunissen: ‘Een foto is gelukt als je heel direct voelt dat die persoon en die omgeving bij elkaar horen, dat je de identiteit van de geportretteerden laat zien.’

Hij herinnert zich dat de boerderijen in de Achterhoek, waar hij opgroeide, naast de leefkeuken een ‘mooie kamer’ hadden die alleen op zon- en feestdagen werd gebruikt. ‘Daar zag je alle spulletjes uitgestald, bijna zoals in een museum. Alles was bedacht: waar zetten we die vaas neer en doen we er een pauwenveer in of wat droogbloemetjes?’ Een pronkkamer dus, die staat voor wat mensen willen uitstralen, niet voor wie ze zijn. ‘Wat ze zijn, dat vind je in die keuken.’

bert teunissen domestic landscapes

Leeggesloopt

Hoewel de mens op de foto dus belangrijk is, benadrukt Teunissen dat hij geen portretten of documentaire maakt. ‘Ik verzamel beelden van plekken, daar gaat het om. Voordat ze gewoon verdwenen zijn.’ Gepassioneerd: ‘Dat is wat er keihard gebeurd en schrikbarend snel. Mensen komen te overlijden en er blijft niemand over die die woonsituatie in stand houdt. Vaak worden die panden volledig leeggesloopt van binnen en volledig gemoderniseerd.’

Gaandeweg raakt verloren wat de functie van al die huizen was. De stallen worden misschien omgebouwd tot slaapkamers en het open vuur verdwijnt. Teunissen wil voor de toekomst graag vastleggen waarom de huizen er vroeger zo uitzagen. In het Zuiden van Europa fotografeerde hij huizen waar het leven nog rond de vuurplaats was gecentreerd.

‘In Spanje leek het af en toe net of ik terugging naar de middeleeuwen.’ Welke Nederlander herinnert zich nog dat de mensen zelf de varkens fokten en slachtten? ‘Het vlees werd verwerkt tot ham en worsten, die boven het vuur hingen te drogen. Nu heeft die vuurplaats geen nut meer, dus die dichtgetimmerd en er wordt een houtkachel ingezet.’

Kromheid

Zijn gedrevenheid om Domestic Landscapes te maken wordt sterk gevoed door zijn onvrede met de moderne maatschappij. Een voorbeeld: ‘Een paar weken geleden was het wereldnieuws dat in Friesland honderd paarden waren ingesloten door opstijgend water. Iedereen haalt zijn schouders op over de mensen die dagelijks in Afghanistan en Irak sterven, maar zo gauw we een eigen soldaat verliezen, denkt men: wordt het niet eens tijd dat we ons terugtrekken? Die kromheid snap ik niet. Mensen roep ach en wee over die paarden, maar gaan wel naar de kiloknaller om zo goedkoop mogelijk vlees te halen. Waar het vandaan komt en wat je ervoor me moet doen om het te krijgen, dat willen ze niet weten. Dat stoort me bovenmatig.’

Zorgen maakt hij zich ook over de toekomst waar Europa onder de weinig bezielende leiding van de EU op afstevent. ‘Ik ben ontzettend begaan met al die kleine boertjes die ik in Italië, Spanje, Portugal heb ontmoet, dat zijn mensen die nog bijna zelfvoorzienend zijn. Dat bestaat hier in Nederland helemaal niet meer. Bedrijven moeten voortdurend aan schaalvergroting doen om te kunnen overleven, dat heeft alles te maken met het beleid van de EU.

Om bestaansrecht te hebben, houden bedrijven veel te veel dieren. Daardoor krijg je al die epidemieën. We hebben het de laatste jaren allemaal gehad: de kippen, de varkens, de koeien. Duizenden dieren zijn afgemaakt. Zijn we goed bezig? Ik dacht het niet. Ik vind het vreselijk om te zien, maar dat moralistische gedoe over die eigenaar van die paarden, daar kan ik niet tegen. We zijn zo ver weg geraakt van de werkelijkheid en van de natuur.’

bert teunissen domestic landscapes

Ontworteling

‘Wat mij echt pijn doet is dat de mens steeds verder verwijderd raakt van zijn oorsprong’, legt Teunissen uit. ‘Er vindt een algehele ontworteling plaats. Mede door de regelgeving vanuit Brussel wordt dat enorm versneld. En het gaat dwars door alle cultuurlagen heen: er wordt geen rekening gehouden met specifieke gebruiken en cultuurverschillen en smaken en uiterlijkheden. Europa wordt een uniform ding.’ Natuurlijk snapt hij dat de vooruitgang niet te stoppen is, maar hij probeert erbij stil te blijven staan dat er met die vooruitgang iets verdwijnt: identiteit.

Hij begrijpt ook niet dat mensen zeggen: wat een armoede heb jij gefotografeerd. ‘Nee, pure rijkdom heb ik gefotografeerd! Mensen die zich arm voelen, laten mij niet binnen. Dit zijn mensen die zo goed weten wie ze zijn en zo bewust zijn wie ze zijn. Het gaat erom of je wilt zijn wie je bent. En ik geloof dat wij meer en meer niet meer willen zijn wie we in feite zijn.’

Als mensen al überhaupt weten wie ze zijn: dat is het verlies aan identiteit, die ontworteling waarover hij het heeft. Hij heeft het ook gezien op zijn reis door Japan, waar hij op uitnodiging een reeks in het Domestic Landscapes-project heeft gemaakt. Die is niet zien op de twee plaatsen waar zijn werk momenteel wordt vertoond: het Amsterdamse Huis Marseille en het Londense The Photographers’ Gallery, maar wel te bekijken op zijn website. ‘Japan is bezig de eigen cultuur met scheppen over boord te gooien: ze willen maar een ding en dat is westers worden. Ik heb daar in workshops geprobeerd mensen bewust te maken dat ze hun eigenheid kwijtraken. Het feit dat we zo snel vergeten wie we zijn en waar we vandaan komen, vind ik beangstigend.’

Vangrail

Hoe gevaarlijk het is om van jezelf verwijderd te raken, weet Teunissen uit eigen ervaring. Toen hij op zijn 24e besloot fotograaf te worden, rolde hij via assistentschappen in de commerciële wereld. Hij hoopte daarmee geld te verdienen om daarnaast autonoom werk te gaan doen. ‘Dan stap je dus in de valkuil dat je die wereld niet meer uitkomt: het kost zoveel energie om geld te verdienen. Voor je het weet ben je tien jaar verder en ben je zo gefrustreerd! Het vreet je op.

Op een dag realiseerde ik me: als ik zo doorga lig ik over een paar jaar onder de zoden. Je krijgt een hartinfarct of je rijdt van pure vermoeidheid in een vangrail. Toen heb ik rigoureus besloten mijn grootste opdrachtgever, die ook de grootste boosdoener was, op te geven. Dat is wel mijn redding geweest. Ontwortelen is denk ik het ergste wat je als mens kan overkomen.’ Vandaar zijn pleidooi: probeer te realiseren wat het inhoudt om je los te maken van je identiteit.

Nu hij er zijn ‘eigen ding’ naast heeft en zijn ei niet meer kwijt hoeft in commercieel werk, heeft hij er geen enkel probleem meer mee. ‘Ik kan veel beter luisteren naar de opdrachtgever en zorgen dat hij krijgt waarvoor hij mij inschakelt.’

bert teunissen domestic landscapesSprongetje

Jarenlang zocht Teunissen tussen zijn commerciële opdrachten door op zijn landkaart naar de meest afgelegen en ontoegankelijke Europese dorpen en gehuchten, ver weg van de ontwikkelde gebieden in de buurt van de steden of de kust. Daar was de kans om te vinden wat hij zocht het grootste. Ondertussen zag hij hoe schrikbarend snel het platteland van Europa ontvolkt. ‘Gebieden die honderden jaren bewerkt zijn, liggen braak. Dorpen zijn totaal verlaten en overwoekerd, alles en iedereen is weg.’

Vaak las hij aan de buitenkant al af of het prijs was of niet. Had een huis aluminium kozijnen, dan kon je er donder op zeggen dat het van binnen was gemoderniseerd. Het waren de vervallen, slecht onderhouden stulpjes waar het hart van Teunissen een sprongetje voor maakte. Als hij er na lang zoeken één vond, zette hij zijn wagen aan de kant en klopte op de deur in de hoop binnen te worden gelaten. De portretten kwamen altijd min of meer spontaan tot stand, hij verraste de bewoners door onaangekondigd langs te gaan. ‘Het draait allemaal om het magische moment dat je zo’n huis binnenloopt en je ziet dat het is zoals je had verwacht. Je moet ook dan die foto maken, het gaat om je eerste indruk. Ik ga nooit terug in de hoop dat het beter is. Mensen hebben dan toch opgeruimd.’

Je komt niet meteen met een grote camera aanzetten, maar je probeert wel binnen een kwartier, twintig minuten die foto gemaakt te krijgen. Zoveel mogelijk proberen te voorkomen dat men de boel probeert te veranderen. Natuurlijk gaat iemand wel eens snel nog wat rotzooi aan de kant schuiven en de vrouwen wilden hun schorten en werkjurken natuurlijk het liefste uitdoen, maar dan ben je er als de kippen bij om dat te voorkomen.’

40 seconden

De enige ingreep die hij zelf doet is het uitzetten van eventuele lichten die branden. ‘Daardoor kom je steevast in de situatie dat je lang moet belichten. Als het één seconde is, heb ik mazzel, maar meestal moet ik 4, 6, 8 tot 40 seconden belichten. Je kunt je voorstellen dat dat lastig is met mensen die dan stil moeten zitten.’

Hoe duidelijk Teunissen ook zegt dat het niet om de mensen op zijn foto’s gaat, kun je er als kijker niet om heen over de figuren te fantaseren. Dat is ook het mooie van de foto’s: ieder detail prikkelt de fantasie. Natuurlijk kent hij zelf de werkelijke verhalen, die hij ook allemaal documenteert. In eerste instantie voor zichzelf, als weerslagen van al die uren die hij in het project heeft gestoken en de dingen die hij onderweg heeft meegemaakt.

In Huis Marseille is er bij een achttal foto’s een audiotour waarin Teunissen het verhaal achter die foto’s vertelt. ‘Dat hebben we met name gedaan voor CKV, zodat je die middelbare scholieren iets verder kunt meenemen in dat project, dat ze met andere ogen gaan kijken. Dat is natuurlijk waar het om gaat: kijken.’ Daarnaast is er een overzicht te zien van foto’s die hij op zijn reizen voor het project Domestic Landscapes schoot. Die zijn verwerkt tot kleine boekjes. ‘Het geeft een impressie van wat ik gevoeld heb, wat ik gezien en beleefd heb, wie ik ontmoet heb. Ik ben er heel blij mee: het laat zien wat nodig is geweest om dat archief gemaakt te krijgen. Daar is namelijk best heel veel voor nodig geweest.’

Naar boven