3 Bewuste vleeseters
Paardenvlees in de gehaktballetjes van IKEA of de lasagne van de supermarkt. De afgelopen maanden werd iedereen weer met zijn neus op de feiten gedrukt: we staan zo ver van ons voedsel af dat we geen idee hebben wat het is, waar het vandaan komt of wat ermee is gebeurd. Dit keer in de Activist drie vleeseters die hun ogen niet sluiten voor de realiteit (dat het vlees op hun bord van een dier komt).
Ellen Mookhoek, 45, stadslandbouwer en ecojager

Waarom wilde je jagen?
“Het komt voort uit mijn voorliefde voor het zelf verzamelen van voedsel. Ik doe moestuinprojecten in Amsterdam, geef trainingen en organiseer wildplukwandelingen. De smaak van eigen groenten en wilde planten is veel fijner, maar ook dat gevoel van autonomie bevalt me. Minder afhankelijk zijn van de voedselketen waarvan je niet weet wat er allemaal in zit en mee is gebeurd. Voor mijn eigen vlees zorgen voelt heel oer. Net als wanneer ik wilde paddenstoelen zoek, of brandnetels.”
Kijk je anders naar vlees?
“De bio-industrie bestaat doordat we zo ver van ons vlees afstaan. Ga zelf maar eens een konijn slachten; je eet het met veel meer respect op. De meeste mensen kopen voor €7,50 een pond vlees. Ik moet daarvoor om 5 uur opstaan en ben uren bezig. Als jager moet je je echt in een dier verplaatsen; met wat in de rondte schieten ben je er niet. Vervolgens slacht ik het konijn en ligt het vlees een paar dagen te besterven in de ijskast. Ons gezin eet er drie dagen van, 50 gram per persoon is genoeg. Je bent namelijk veel eerder voldaan van wild vlees. Een derde van het geproduceerde eten verdwijnt in de prullenbak. Nou, niet bij mij.”
Hoe zien jagers jou?
“Een paar constateerden dat ik eigenlijk een soort vegetariër ben. Ze vinden het mooi dat ik echt jaag om te eten. Al is het idee sowieso dat je oogst wat geoogst kan worden. Geen enkele jager zal zijn veld leeg schieten, want volgend jaar wil hij ook iets te jagen hebben. Daarmee houd je de natuur ook mooi in evenwicht.”
Marc Büchner, 40, werkt bij Free Nature, stichting voor natuurontwikkeling
Verkoopt: wildernisvlees en ‘levende dieren’

Hoezo wildernisvlees?
“Het oogsten uit de natuur heeft me altijd aangesproken, of het nou walnoten, appels of vlees zijn. Ik werkte in de vleesindustrie en zag regelmatig koeien in natuurgebieden. Zo’n prachtig en eerlijk product moet je toch kunnen vermarkten, dacht ik. Nu, na alle schandalen, is dat hot, maar twaalf jaar geleden niet. Ik heb toen open sollicitaties gestuurd naar organisaties met veel Schotse hooglanders. Ik voorzag dat er steeds meer van die beesten zouden komen. Als die niet op nieuwe natuurgebieden geplaatst kunnen worden, is het fantastisch vlees, al is vleesproductie niet ons doel. Het heeft onze voorkeur dieren waarvan er teveel zijn te herplaatsen. Dit en vorig jaar hebben we bijvoorbeeld konikpaarden gesponsord of gegeven aan natuurprojecten in Letland.”
Wat is het verschil met regulier vlees?
“Onze dieren hebben een goed leven gehad en veel bewogen. Ze groeien langzamer, dus zit er minder water in het vlees. Ik vermoed dat er een hogere concentratie voedingsstoffen in zit. Amerikaans onderzoek stelt dat dieren die alleen gras eten minder verzadigde vetten hebben, meer Omega 3-vetzuren, minder e.coli-bacteriën en meer anti-oxidanten. Ons vlees is niet onderzocht, maar onze dieren eten ook alleen maar grassoorten. Verder is bij wildernisvlees geen antibioticum gebruikt. Dieren die dat wel hebben gehad, worden als gewoon vlees verkocht. ”
Negatieve reacties?
“Natuurlijk, want we grazen ook met paarden. Sommige mensen vinden het zielig dat wij ze slachten. Ik zie weinig verschil tussen rundvlees en paardenvlees: paarden zijn grazers, ze hebben dezelfde functie in de natuur als een ree, een Schotse hooglander of een konijn.”
Elles Kiers, 43, kok-kunstenaar, medebedenker Varkenshuis

In Annerveenschekanaal staat er al één, Tilburg en Rotterdam volgen. Waarom het Varkenshuis?
“In 2010 liet medebedenker Sjef Meijman de twee varkens uit zijn achtertuin slachten en die hebben we samen bereid. We hebben alles gebruikt. Zo fascinerend dat alles van een varken wat je gekend hebt door je handen gaat! Meer mensen moesten dat zien, dus bedachten we het project Varkensjaar: een onderzoek waarin culinaire kunst en landbouw en veeteelt samenkwamen. Daar is zoveel uitgekomen: gesprekken over alles wat met varkens en voedsel te maken heeft met allerlei mensen en partijen. Ontzettend interessant en dat herhalen we met Varkenshuis.”
Wat is de bedoeling?
“Vijftig jaar geleden hielden zelfs stadsmensen een varken in de tuin – soms op het balkon. Dat werd een jaar lang gevoed met etensresten en in november geslacht. Mensen wisten: dit vlees is goed en het dier heeft een goed leven gehad. In het Varkenshuis verzorgt een buurt ook een jaar lang twee varkens. Wat gebeurt er als je die varkens elke dag eten geeft en knuffelt? Voor sommigen wordt het toch een ander verhaal om ze daarna op te eten, er komen allerlei emoties bij kijken. Daar gaat het ons om. Gedurende het jaar organiseren we dan ook een heel traject van ontmoetingen en discussieavonden. Het Varkenshuis zorgt ook voor meer sociale binding in de buurt. ”
Klagen jullie de bio-industrie aan?
“Grotere varkensboeren gaan daar inderdaad vaak vanuit. Maar we merken dat zij hartstikke klem zitten: het kan alleen maar groter, terug naar kleinschaligheid gaat niet.”