3 groene filmmakers

Film is een fantastisch middel om complexe vraagstukken, zoals meestal het geval bij milieu en duurzaamheid, toch helder te maken. Op IDFA 2013 interviewden we drie sterke vrouwen die de urgentie van actuele problemen aankaarten.

Anna Broinowski, Australië, regisseur Aim High in Creation

Anna Broinowski schaliegas groene filmmakers
Foto Dinand van der Wal

Hoe kwam je op dit onderwerp?

“Ze wilden gas winnen in het park vlakbij huis. Maar het ging al snel niet meer over mijn achtertuin. Onze demonstraties waren nadrukkelijk tegen onconventioneel gas in heel Australië. Ik ontmoette boeren wiens land is vernield. Onze grootste ondergrondse watervoorraad, heel kostbaar in ons droge land, is waarschijnlijk al door fracking vervuild. Toch geloven de meeste Australiërs de reclamefilmpjes: steenkool- en schaliegas zijn schoon, groen, goedkoop, en kijk eens wat een blije boer. Allemaal propaganda.

Toen ik toevallig een boekje van Kim Jong Il over filmmaken kreeg, dacht, ik: veel mensen zijn door hem gefascineerd. Misschien krijg ik ze via dit bizarre strippersonage naar mijn film en krijgen ze mee hoe slecht onconventioneel gas is.”

Jullie hadden nog voor 150 jaar gas. Waarom deze risico’s?

“Het is geglobaliseerd kapitalisme op steroïden, ze willen geld verdienen aan de export. Voor een ander perspectief moest ik daar zo ver mogelijk van weg, ook een reden om naar Noord-Korea te gaan. Overigens is het daar ontzettend schoon en ongeschonden.”

Wat hoop je te bereiken?

“Dat de film discussie over onconventioneel gas oproept en mensen zich aansluiten bij de beweging.”

Ben je een activistische filmmaker?

“Ik zie mezelf meer als propagandist, film is een manipulatieve kunstvorm. Activistisch riekt teveel naar serieuze, zware films, op zich fantastisch om de boel af en toe even flink op te schudden. Dat wordt wel steeds moeilijker: de propaganda van de fossiele brandstoffenlobby of bedrijven als Monsanto wordt steeds effectiever. Gasland leidde tot veel verzet tegen fracking, maar die heeft het grote publiek niet bereikt. Dat ambieer ik wel.”

Dana Nachman, VS, regisseur The Human Experiment

Human Experiment gif idfa groene filmmakers
Foto Dinand van der Wal

Hoe kwam je op dit onderwerp?

“Ik moest een nieuwsitem produceren over hoe je je huis minder giftig kon maken. Eerlijk gezegd geloofde ik niet dat onze regering producten niet op hun veiligheid test, maar na een minuut googelen besefte ik dat het klopte. Als iets me enorm shockeert, maak ik er een film over. Deze gaat over een van de grootste sociale- en milieurampen in de wereld: de duizenden kleine chemische blootstellingen die ieder van ons dagelijks ondergaat en waarvan de gezondheidsrisico’s nauwelijks bekend zijn. Met co-regisseur Don Hardy volg ik een groep activisten die dit wil stoppen.”

Wat hoop je te bereiken?

“Vooral dat mensen over chemicaliën gaan nadenken, ik geloof dat je dan uiteindelijk wel stappen moet ondernemen. Een niet erg milieubewuste vriendin gebruikte de babyshampoo van Johnson’s die in de film wordt genoemd. Ze stopte er niet meteen mee na het zien van de film, maar steeds als ze haar kind waste dacht ze eraan. Uiteindelijk zullen mensen zich realiseren dat bang zijn voor de giftige stoffen die ons omringen niet helpt en ze echt dingen in hun leven moeten gaan aanpassen.”

Heeft de industrie jullie tegengewerkt?

“We hebben jarenlang tevergeefs geprobeerd ze te interviewen. Tot onze ontzetting mochten we bij een bijeenkomst in de Senaat over dit onderwerp niet filmen, terwijl er wel een camera van de American Chemistry Council aanwezig was.”

Ben je een activistische filmmaker?

“De keuzen die je als filmer maakt zijn activistisch op zichzelf, maar een meer journalistieke insteek wordt vaak geloofwaardiger gevonden. Van de andere kant, als ik hier niet heel erg in geloofde, zou ik er nooit drie jaar van mijn leven in steken.”

Amy Miller, Canada, regisseur No Land, No Food, No Life

Amy Miller landroof idfa
Foto Dinand van der Wal

Hoe kwam je op dit onderwerp?

“In 2009 onderzocht ik de verbanden tussen agricultuur, het militaire industriële complex en investeringen – de discussie over landroof kwam net op en het leek me een enorm belangrijk. Ik vond pas investeerders toen het een structureel probleem bleek te zijn.”

Wat hoop je te bereiken?

“Dat mensen een dieper begrip krijgen van het feit dat de manier waarop zij zich manifesteren impact heeft op mensen aan de andere kant van de wereld. Het is belangrijk je bewust te zijn van hoe wij aan ons voedsel komen en hoe dat wordt geproduceerd. Ik wil in ieder geval niet dat boeren voor mij ergens tot slaaf worden gemaakt, mensen van hun landen worden gestuurd, een dozijn bedrijven ons hele voedselsysteem controleren. Ik verwacht niet dat mensen altijd actie ondernemen, maar hopelijk wel af en toe.”

Je interviewt lokale bedrijven en overheidsinstellingen die landroof mogelijk maken. Kostte dat moeite?

“Ik probeer bedrijven waarover ik kritisch ben met een open blik te benaderen. Ik zei: ik maak een film over de transformatie van de voedselindustrie, vertel me wat hier gebeurt. Dat deden ze, want zij geloven dat het goed is wat ze doen.”

Ben je een activistische filmmaker?

“Ik ben altijd betrokken geweest bij grassrootsbewegingen, onder andere als vakbondsleider, en zie film als middel om mensen bewust te maken en aan te zetten tot veranderingen. Het idee is altijd dat bewegingen die zich bezighouden met sociale rechtvaardigheid of het milieu mijn films kunnen gebruiken om iets in gang te zetten.”

Volgende project?

“Teerzandontwikkelingen wereldwijd; er zijn meer dan 75 projecten.”

No Land No Food No Life is een indringende documentaire over landroof in Cambodja, Mali en Oeganda.

Naar boven