Victor Bergen-Henegouwen: ‘Als het klopt, is het saai’
Eigenlijk is fotograaf Victor Bergen-Henegouwen een verhalenverteller. In één beeld is bij voorkeur een heel leven gevangen. Een foto zonder verhaal of probleem zal hij niet gauw maken. Het moet wel zin hebben. ‘Je lost een probleem op dat je zelf hebt gecreëerd.’
Krap drie jaar geleden besloot Victor Bergen-Henegouwen in een opwelling te gaan fotograferen. Anuschka Blommers en Niels Schumm moesten iemand portretteren die op dat moment toevallig bij hem logeerde en zo kwam het dat ze een shoot deden in zijn achtertuin. ‘Ik had twintig jaar niet naar fotografie gekeken en ik kende hun werk helemaal niet. Toen ik ze zo bezig zag, dacht ik: dát wil ik doen.’
Wat hem zo aansprak was dat Blommers en Schumm zochten naar een oplossing voor een probleem dat ze zelf hadden gecreëerd. Voor hem zit daarin de fascinatie, en dat hoeft niet eens per se uit te monden in een foto. ‘Ik vind een beeld pas geslaagd als ik zie dat ik een probleem goed heb opgelost, ook al ziet niemand anders dat. Een beetje lullig: het is ontzettend veel werk en een enorm gedoe en dan is één plaatje het resultaat.’
Natuurlijk zijn er wel mensen die zien dat hij niet zomaar een plaatje maakt, maar toch. ‘Als je iemand wilt imponeren kun je beter moet je iets moois maken en de algemene tendens is niet dat mensen mijn werk mooi vinden.’ Voor hem is ‘mooi’ niet genoeg: er moet iets wringen. ‘Toen we net begonnen, hebben we prachtige foto’s gemaakt van meisjes in een bos. Maar ik dacht steeds: wat doet dat kind daar nou. Er is helemaal geen reden voor en die kleren die ze aan heeft, slaan eigenlijk ook nergens op. Het ziet er heel mooi uit, maar het is saai.’
Prada
Bergen-Henegouwen heeft het over ‘wij’ omdat hij bijna altijd samenwerkt met zijn levensgezellin Monique Bröring. ‘Ik begon met fotograferen en zij kan heel goed photoshoppen. Ze doet soms ook de styling en ze is vaak aanwezig bij de shoot. Soms is het hele idee van haar en heb ik alleen op de knop geduwd, soms ligt het idee meer aan mijn kant. Het is een beetje onduidelijk, maar we weten niet goed hoe dat te veranderen.’
Eerder had het tweetal samen een goedlopend modebedrijf dat stofdessins ontwierp, ‘voor Prada en noem maar op’. Na een jaar of twaalf was het tijd voor iets nieuws en ze bevonden zich in de luxe positie dat ze gewoon konden beginnen. Zijn verleden heeft wel degelijk invloed op de manier waarop hij zijn vak uitoefent, omdat hij niet meer streeft naar roem en glorie. ‘De pret van dure hotels en feestjes met designers en zo, ligt achter me. Daar gaat het niet meer om. Ik heb inmiddels een wat volwassener blik op de werkelijkheid en ben minder snel geïmponeerd door namen en uiterlijkheden. Mijn enige doel is dat het goed wordt, het gaat me om het beeld zelf.’
Toch vindt hij zijn vorige werkzaamheden niet relevant voor wat hij nu doet: ‘Ik heb in Zuid-Frankrijk wel eens iemand ontmoet, die nog nooit zijn dorp uit was geweest maar toch zeven talen vloeiend sprak, waaronder Pools. Dus zoveel zegt het: hij heeft zijn hele leven bij zijn moeder heeft gewoond en op het land heeft gewerkt. Een cv kan een erg vertekenend beeld scheppen.’
FNV-bimbo
Voor Bergen-Henegouwen draait alles dus om het probleem, de reden om een bepaalde foto te maken. Een voorbeeld is een recente serie portretten van jonge vakbondsvrouwen voor Volkskrant Magazine. ‘Het beeld dat mensen bij vakbondsvrouwen hebben is dat van lelijke feministen uit de jaren zeventig. Maar er zijn ook meiden van twintig of dertig actief in het vakbondswezen, en die zien er gewoon uit als vrouwen van die leeftijd. Je wilt niet dat het zes losse foto’s worden die niets met elkaar gemeenschappelijk hebben, zo’n serie moet hout snijden. Dan ga je dus een probleem creëren. En je hoopt dat de oplossing een interessante serie oplevert.’
De Volkskrant wilde dat ze iets met de T-shirts van de vakbond deden. Ontzettend lelijk vindt hij die. ‘Dus we hebben ze helemaal verknipt en gestileerd alsof het kleding is: allemaal topjes en jurkjes en toestanden waardoor het een soort sexy meisjes werden. Om te voorkomen dat het te banaal werd, hebben we ze iets rebels gegeven: een FNV-bimbo op de barricaden. Met een heel grote knipoog naar zichzelf.’
Let wel: Bergen-Henegouwen heeft de vrouwen niet van tevoren gezien en hij kent ze niet. Wel probeert hij de risico’s te beperken door het idee van tevoren te testen op iemand die niet lekker voor de camera staat en zich niet prettig voelt in zo’n sexy pakje. ‘Maar je bent met handen en voeten gebonden, want het kan dat mensen niet mee willen doen of er de grap niet van inzien. En als mensen niet met volle overtuiging meedoen, werkt het vaak niet. Die ene die er helemaal voor gaat ziet er echter uit en is daarmee spannender. Niet ijdel zijn wordt enorm beloond op de set.’
Zo werkt het nu eenmaal bij series: je moet iets bedenken dat je op iedereen smeert. Bij de een pakt het iets beter uit dan bij de ander.
Klotebevalling
Ook bij een los portret gaat het erom een spannend beeld te creëren. Een voorbeeld is zijn indrukwekkende portret van een kale, halfnaakte Karin Spaink, bij wie kort daarvoor een borst is geamputeerd omdat ze kanker had. ‘Als je naar deze foto kijkt zie je eigenlijk alleen haar mooie, lieve hoofd, ondanks het litteken en de kale kop. Ik zie die geamputeerde borst helemaal niet meer.’
Zo is ze volgens hem ook: iemand die die ene borst met trots draagt. ‘Je wilt een foto maken waarop je je concentreert op haar zijn en niet op haar uiterlijk. Dat valt niet mee: ze is ontzettend dapper, maar als je voor de camera staat, is het toch niet gemakkelijk te ontspannen.’
Het moge duidelijk zijn: even in tien minuten een plaatje schieten is niets voor hem. ‘Het is niet genoeg dat iemand er ‘op’ staat. Je gaat je eigen regels bepalen en hoe beter je dat doet en hoe beter je dat uitvoert, hoe beter de foto uiteindelijk wordt. Ik heb wel eens een foto gezien die gebaseerd was op een foto van ons, ook een meisje in een zwarte jurk. Alleen hebben ze slechts de eerste laag gekopieerd, en de rest weggelaten: alles wat ik er verder in heb gestopt, hebben ze er niet in kunnen leggen: omdat ze dat probleem niet hebben gemaakt. Dan mis je dus de helft van de foto.’
Verhalenverteller
Met ‘de rest’ bedoelt Bergen-Henegouwen zijn verhaal, want eigenlijk is hij een verhalenverteller. Literatuur is dan ook een grote inspiratiebron. ‘In het begin maakte ik een beeld van een gezicht en daarin zat dan dat het hele verhaal. Echt een klotebevalling is dat, het lukt maar zo zelden dat alles in elkaar past. En je wilt natuurlijk voorkomen dat het er te dik bovenop legt, je wilt het wel verstoppen, anders wordt het banaal. Ik ben er nu achtergekomen dat je ook twee beelden naast elkaar kunt zetten: apart zeggen de foto’s misschien niets, maar samen vertellen ze mijn verhaal.’
Een foto van zijn buurjongetje werkt wel als op zichzelf staand beeld. Heel goed zelfs. Dat ook anderen dat oppikken blijkt uit de beschrijving van de journalist Tyler Whisnand in Eyemazing. Hij ziet een jongetje dat de poten van een vlinder heeft uitgetrokken. ‘Dat zegt het helemaal. Die jongen wil niets liever dan politieman worden, bijna op het machtswellustige af. Je kunt dus een heel verhaal vertellen met een simpel beeld. Daar heb je niet eens een mens voor nodig, het kan ook met een voorwerp. Misschien is dat met een beeld te moeilijk, maar in een serie werkt het wel.’
‘De kijker hoeft het verhaal ook niet per se te vatten, als ze het op de een of andere manier maar voelen.’ Het is vergelijkbaar met wat blijft hangen van een boek dat je tien jaar geleden hebt gelezen: je kent de details niet meer precies, maar je weet nog wel wat je gevoel erbij was.
Sober
Op veel van zijn foto’s is de buitenwereld afwezig. De figuren staan bij voorkeur voor een kale achtergrond. Zelfs hun kleding is zelden felgekleurd en meestal effen: wilde prints leiden af.
‘De essentie is het gezicht. Ik vind dat weglaten heerlijk. Wat ik doe is iets uit de werkelijkheid vergroten en de rest weglaten. Ik heb niks met de realiteit. Ik gebruik wel archetypen, maar ik heb geen behoefte om die werkelijkheid weer te geven.’
Zijn portretten zijn vaak frontaal en stralen een zekere rust uit. Toch schiet hij bijna alles uit de hand en vaak laat hij zijn modellen ook gewoon bewegen. ‘Tijdens een shoot maken we ook foto’s van mensen met armen omhoog en met meer beweging erin, maar we kiezen toch altijd het meest sobere beeld uit. Het wringt, hoop ik. Als ik iemand moet portretteren waar ik niks mee heb, ga ik degene niet neerzetten met zijn handen in zijn haar, of zo. Dan krijg je veel sneller een beeld, maar dat wil ik niet. Ik wil het simpel houden, anders heb ik het gevoel dat ik me schuldig maak aan effectbejag. Ik houd erg van die eenvoud, omdat je de concentratie dan op een punt legt.’
Zelfs zijn portretten van dansgezelschap Emio Greco hebben die rustige, sobere uitstraling. Ze zijn ook frontaal. ‘We hebben ook wel grootse bewegingen gefotografeerd, maar het werd toch steeds kleiner. Het zijn dansers dus ze kunnen hun hele lichaam gebruiken op een manier die ongelofelijk is. Een lichaam reageert zo minutieus. Alleen al als je je vingers strekt, verandert de beeldtaal zo enorm.’
Objecten
Bergen-Henegouwen was gevraagd de foto’s te maken voor een tijdschrift dat verscheen bij hun dansvoorstelling Hell. Tijdens de première in Amsterdam was er een leuke verrassing. ‘Aan het begin van de voorstelling stonden ze voor een lessenaar en maakten bewegingen die wel erg leken op wat ik hen gevraagd had te doen tijdens de shoot. Na afloop vertelden ze dat ze dat in hun dans hadden verwerkt en het ‘the Victor’ noemden.’
Je zou bijna denken dat Bergen-Henegouwen zich beperkt tot portretten, maar dat is niet zo. Hij heeft bijvoorbeeld ook een reeks objecten gefotografeerd: kleding en accessoires uit de collectie van het Rijksmuseum. ‘Hierin zitten wel dezelfde waarden als in de portretten: het is ook sober. Het zijn spullen uit privé-collecties die jarenlang bij mensen thuis hebben gelegen. Wat ik probeer te fotograferen is: hoe overleeft iets de tijd. Een broche in een kous en een jurk in een plastic zak. Misschien zie jij een kous, maar ik zie een verhaal. Ik hoop dat ik dingen zien die er niet zijn: de mens speelt hier wel een belangrijke rol.’
‘De ideale foto is de foto waarin je het hele leven van iemand kunt stoppen.’ De foto van een jong meisje waarin je de vrouw die ze gaat worden al ziet heeft dat. ‘Ik weet niet precies waar hem dat in zit, maar je ziet het wel. Als je iemand voor je krijgt waarbij dat lukt, dank je God op je blote knieën. Volgens mij gaat het er altijd over dat het niet eenduidig is, dat is killing. Dat is ook het grootste probleem als je op de set staat: als mens val je op dingen die kloppen. Maar wie wil er nu een foto hebben van een meisje dat klopt.’
Blote knieën
‘Op de foto moet je andere dingen proberen. Daar vergis ik me ook nog vaak in: in je hoofd heb je voor elkaar waar het allemaal aan moet voldoen, maar op de set maak je toch de fout dat je het allemaal wilt laten kloppen. En als het klopt is het saai.’
Wie het werk van Victor Bergen-Henegouwen wil zien, kan niet naar de winkel voor een fotoboek en erg vaak exposeert hij ook niet. ‘Ik word wel gevraagd voor groepsexposities waar ik aan mee doe, maar ik heb zelf eigenlijk nog nooit een poging gewaagd een solo-expositie te organiseren. Dat komt ook omdat ik dat hele circuit niet ken. Het is gewoon nooit mijn intentie geweest op die manier bezig te zijn met fotografie. Ik ben wel eens bij een bevriende galeriehouder geweest en die vroeg naar het formaat van mijn afdrukken en toen zei ik: nou zo groot dat het in mijn portfolio past. Ik heb echt niet anders gedacht.’
‘Er was ook niks anders toen ik begon. Ik wilde gewoon fotograferen, beeld maken. Ik heb een camera gekocht en apparatuur gekocht en ben begonnen. In principe gaat het me om het maakproces. Natuurlijk is het bij sommig werk geweldig als je het groot ziet en vaak baal ik ook van het drukwerk als ik iets voor een blad maak, maar ik wil vooral gewoon mijn ding doen. Ik vind het geweldig als een beeld klopt naar mijn idee, en dus niet klopt.’
Werk van Victor Bergen-Henegouwen is regelmatig te zien in Volkskrant Magazine. Verder wordt hij vooral opgepikt door de buitenlandse trendy kunstwereld (C-magazine, London; Picnic, Mexico; Rendez-Vous, Parijs; Vague, London). Op dit moment zijn de foto’s die hij maakte voor dansgezelschap Emio Greco te zien in het Italiaans Cultureel Instituut in Edinburgh. Voor meer info: www.bergen-henegouwen.com.